Schandalig behandeld door de sociale dienst. Ziekmelding, mondelinge afspraken en stopzetting uitkering

Dit artikel verscheen ook in het maandblad uitkeringsgerechtigden MUG van december 1996.

Schandalig behandeld door sociale dienst

De invoering van de nieuwe Bijstandswet leidt nogal eens tot problemen. Door de nieuwe berekenings-methode worden gegevens door het computersysteem soms niet geaccepteerd, waardoor uitkeringen zonder enige reden worden stopgezet. Vervolgens doen ambtenaren allerlei beloftes zonder dat er iets gebeurt. Cliënten moeten dan hemel en aarde bewegen om toch weer een uitkering te krijgen. Dat blijkt onder andere uit het volgende verhaal. Een clinte van het rayonkantoor Herengracht had op 16 september een gesprek in het kader van de invoering van de nieuwe Bijstandswet. Zij verstrekte uitvoerig gegevens over haar situatie. De cliënte was ernstig ziek en zou op 31 oktober worden opgenomen in het ziekenhuis. De operatie zou op 1 november worden uitgevoerd. Er werd haar meegedeeld, dat de nieuwe uitkering op 1 oktober zou ingaan. Toen cliënte eind oktober werd opgenomen in het ziekenhuis was er geen inkomstenverklaring gearriveerd. Betrokkene vroeg de buurvrouw op de post te letten. Op de dag van de operatie belde de buurvrouw naar het ziekenhuis, dat er geen inkomstenverklaring was gearriveerd. De buurvrouw belde naar de sociale dienst. Daar zei men: ‘Alles is in orde. Maakt u zich geen zorgen. Het briefje komt dan wel volgende maand.’

Op 4 november mocht de cliënte weer naar huis. Op 6 november was ze voor het eerst weer in staat even naar buiten te gaan. Ze ging naar de bank, want de rekeningen moesten betaald worden. De sociale dienst had nog steeds geen geld gestort. Hoewel ze zich zwak en ziek voelde, ging cliënte toch direct naar het rayonkantoor op de Herengracht. Daar volgt een gesprek met de portier, die haar niet wil doorverwijzen. Hij geeft haar een lijstje met telefoonnummers met de mededeling dat ze de volgende dag maar moet bellen. Cliënte schrijft op 6 november een brief aan de sociale dienst waarin ze de gang van zaken uitlegt. Ze voelt zich ziek en de aanmaningen van onder andere de woningbouwvereniging komen binnen. Citaat uit de brief: ‘Morgen weer bellen. En dan? Weer naar de Herengracht? Terwijl ik sta te duizelen? Ondanks mijn uitvoerige informatie op 16 september?’

De volgende dag belde cliënte ook nog op (7 november). De desbetreffende ambtenaar bevestigde dat op 16 september alle benodigde gegevens waren ingeleverd. Maar er was iets misgegaan bij het invoeren in de computer. Hij zou het gehele maandbedrag over oktober, waar cliënte recht op had, als voorschot in de computer invoeren. Na 4 werkdagen zou het op de bankrekening van de cliënte staan.

13 November spoedde cliënte zich naar de bank, die inmiddels ook al brieven met dreigende taal stuurde, omdat cliënte 1000,- rood stond. Ze kon de situatie op de bank uitleggen, men begreep daar wat er aan de hand was. Op 14 november was er nog niets gestort. Weer bellen naar het rayonkantoor. Nu kwam er een andere ambtenaar, die begrip had voor de situatie. Cliënte legde uit dat ze zelfs geen brood meer kon kopen, terwijl ze aan een stofwisselingsziekte lijdt. De ambtenaar begreep er niets van. Er was geen opdracht gegeven voor het overmaken van het voorschot. Het enige wat hij kon doen was een cheque uitschrijven van 250,- die opgehaald moest worden op de Herengracht en die moest worden ingewisseld op de Vlaardingenlaan. Aldus geschiedde en cliënte had tenminste iets te eten. Cliënte schreef daarop weer een brief aan het rayonkantoor waarin ze de situatie uitlegde. Hoe moet het met huur, gas en licht en het ziekenfonds? Cliënte verzoekt dringend om uitbetaling van de gehele uitkering.

Op 18 november belt ze weer naar de sociale dienst. Ze krijgt weer de ambtenaar aan de telefoon die haar de uitkering over oktober als voorschot beloofd had te storten. Nu ontkent hij dat ooit gezegd te hebben. Cliënte wordt kwaad. ‘U hebt het wel gezegd, waarom is het niet in orde gekomen?’ ‘O, dat gaat altijd zo.’ Cliënte vraagt om een gesprek met iemand, die wel kan nagaan wat er gebeurt is. ‘Dat kan niet. Er zijn geen ambtenaren.’ ‘Wanneer zijn die er wel?’ ‘Dat kan ik niet zeggen.’ Cliënte zegt dat ze hierover brieven gaat schrijven aan klachteninstanties met de namen van de betrokkenen. Ambtenaar: ‘O, u gaat hoog van de toren blazen? Als u zo begint kan ik helemaal niets voor u doen. Hé, nu gaat mijn computer ook nog kapot. Zet u dat ook in uw klacht?’ Clinte beaamt dat.

De ambtenaar belooft daarop dat hij vandaag nog zal terugbellen. De cliënte laat het er niet bij zitten en gaat naar de sociaal raadsvrouw. Ze vertelt over het stopzetten van de uitkering na een gesprek over de nieuwe Bijstandswet. Sociaal raadsvrouw: ‘Dat gebeurt heel veel nu. Het regent hier klachten. Als u een klacht indient, wordt het meestal wel goed opgelost. Het is de nieuwe Bijstandswet, hè.’ De sociaal raadsvrouw belooft naar de sociale dienst te bellen.

Een uurtje later belt een ambtenaar van de sociale dienst de cliënte op. ‘Iemand moest toestemming verlenen voor de betaling. Dat is niet gebeurd. Onze computers zijn niet in orde. U kunt vandaag de cheque afhalen voor het resterende bedrag.’ Cliënte krijgt uiteindelijk ’s middags om 4 uur haar geld op de Vlaardingenlaan. Zoals ze zelf zegt: ‘Na twee weken actievoeren in plaats van bijkomen na de operatie en bovendien nog steeds ziek.’ Het is afwachten hoe het de volgende maand gaat.

Piet van der Lende

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *