Liever #samenvoor14 dan een aalmoes tegen kinderarmoede

Prinses Laurentien wil de kinderarmoede
bestrijden

De afgelopen tijd waren er twee initiatieven om de armoede in Nederland
nu eindelijk eens aan te pakken. Op dinsdag 26 maart presenteerde prinses Laurentien van het Huis van Oranje een nieuw initiatief: een
brede alliantie van maatschappelijke organisaties en bedrijven die de
kinderarmoede willen bestrijden. Daaronder veel gemeenten, ook de gemeente Amsterdam en bedrijven als Rabobank, Menzis, de Aldi en
Unilever. Daarnaast vele gerennomeerde organisaties en instituties
zoals diverse GGD-en, Jantje Beton, Humanitas, en de ANWB. Politieke
partijen en vakbonden ontbreken. Alleen PvdA-Groen Links Noorderveld
staan erbij. Ik zag dat de SAG Gezondheidscentra ook meedoen, dus
mijn huisarts doet ook mee. Op de nieuwe website staat als
doelstelling dat men ernaar streeft dat in 2030 kinderen niet meer de
dupe zijn van armoede en dat er geen gezinnen meer zijn die in
armoede vervallen. De Alliantie Kinderarmoede is ontstaan vanuit een
samenwerking tussen Missing Chapter Foundation, een club opgericht
door prinses Laurentien, Alles is Gezondheid en het Nederlands
Centrum Jeugdgezondheid (NCJ).

Het tweede initiatief was de start van een campagne en de opbouw van een
sociale beweging om het wettelijk minimumloon van 9,82 euro bij een
38-urige werkweek te verhogen naar 14 euro. De campagne ging
zondagmiddag 14 april van start in Rotterdam Zuid. Demonstranten
verzamelden zich op het Afrikaanderplein, middenin een van de armste
wijken van ons land. Zij trokken naar de Kop van Zuid, waar ze een
monument van het cijfer 14 onthulden
nabij een
bouwplaats waar het duurste appartement van Nederland zal worden
gebouwd. De bouw gaat 15-20 miljoen euro kosten.


De actievoerders ageerden tegen de groeiende ongelijkheid tussen arm en rijk in Nederland die ze willen aanpakken. Het minimumloon, waar zo’n
half miljoen werknemers voor moeten werken, is de afgelopen decennia sterk achtergebleven bij de reële loonstijging. Omdat het minimumloon achterblijft blijven ook de AOW en de bijstandsuitkeringen achter omdat ze gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon. De stijging van het wettelijk minimumloon naar 14 euro
moet deze onrechtvaardigheid op zijn minst gedeeltelijk compenseren. https://www.veertien.nu

Het tweede initiatief is heel wat concreter. Terwijl in het initiatief
van prinses Laurentien vage voorstellen worden gedaan voor lokale,
beperkte donaties aan mensen die in armoede leven, wordt in het
tweede initiatief concreet voorgesteld de minimumlonen en de daaraan
gekoppelde uitkeringen drastisch te verhogen om de armoede over de
gehele linie structureel te bestrijden. Je kunt van de kapitalisten
die met
Laurentien samenwerken ook niet verwachten dat ze gaan pleiten voor loonsverhogingen. Ook al hebben de grote bedrijven en de miljonairs
in Nederland geld zat. Komt er eindelijk een drastische herverdeling
van de rijkdom? Gaat de Rabobank haar miljardenwinsten investeren in
bestrijding van de armoede? Rabobank maakte in 2018 12% meer winst
dan het jaar ervoor. De winst steeg naar € 3 miljard, met als
belangrijkste drijvers lagere kosten en een goed economisch klimaat.
Die lagere kosten ontstonden dan weer door te snijden in het
personeelsbestand. En de bank had ook tegenvallers. De bank moest in
2018 € 100 miljoen extra operationele kosten uitgeven door de
afhandeling van het derivatendossier. Dat is het schandaal met de
rentederivaten, oftewel renteswaps, waarbij banken aan duizenden
kleine ondernemers een product hebben verkocht dat ze onverwacht veel
geld kan kosten bij een dalende rente. De regering en de Autoriteit
Financiële Markten (AFM) grepen in en nu moet de bank
schadeloosstellingen betalen. Het derivatendossier moet overigens
niet worden verward met het libor schandaal bij de Rabobank. Het
libor rentetarief vormde vier jaar geleden de spil van een wereldwijd
miljardenschandaal met daarin een prominente rol voor de Rabobank.

Unilever topman Paul Polman: ‘Marc Rutte en ik
zijn goede vrienden’

Kunt u zich voorstellen dat ik wat wantrouwig ben bij die brede alliantie om de kinderarmoede te bestrijden en meer sympathie heb voor de actie het minimumloon te verhogen? Unilever topman Polman die meer dan tien miljoen euro per jaar verdient, pleitte voor het afschaffen van de dividendbelasting, terwijl multinationals nu in veel gevallen al 0% winstbelasting betalen over het vele geld dat ze verdienen. Met zo’n winstbelasting zou een groot deel van de armoede in Nederland effectief bestreden kunnen worden. Gaat Polman nu de armoede bestrijden? In ieder geval is duidelijk, dat de grote bedrijven het initiatief kunnen aangrijpen om hun geschonden imago wat op te
poetsen met lokale beperkte initiatieven waarbij de onrechtvaardige
verdeling tussen arm en rijk een beetje buiten de discussie blijft.

Laten we de doelstellingen van het initiatief van prinses Laurentien wat
nader beschouwen. De eerste vraag is wel, waarom alleen bestrijding
van armoede onder kinderen? Is armoede onder ouderen, of van
baanlozen, of migranten en andere groepen niet net zo erg? In Trouw
van 26 maart levert Cok Vrooman, ‘armoede deskundige’ van het SCP
en hoogleraar aan de universiteit van Utrecht kritiek op de plannen
en initiatieven van prinses Laurentien. “Kinderen zijn niet arm.
Hun ouders zijn arm”, zegt hij. Tot nu toe is er in Nederland veel
gedaan om de gevolgen van armoede te beperken. Door bijvoorbeeld het
aanbieden van muzieklessen, sportclubjes of een computer aan kinderen
in armoede. Maar dit lost het armoedeprobleem niet op, stelt Vrooman.

Cok Vrooman

Om armoede te bestrijden is het volgens Vrooman logisch om te kijken
naar het inkomen van ouders en de uitgaven die ze doen. Ouders hebben
geen werk, kunnen niet genoeg uren maken, verdienen te weinig per uur
of hebben bijzondere uitgaven, bijvoorbeeld door ziekte. Volgens
Vrooman moet voor verschillende thuissituaties bekeken worden hoe
armoede structureel kan worden aangepakt. “Kijk naar de oorzaken
van een te laag inkomen. Voor een eenoudergezin werkt de ene oplossing, waar diezelfde oplossing voor een gezin met licht verstandelijk beperkte ouders niet effectief is.” Vrooman benadrukt dat het voor kinderen belangrijk is dat zij ook echt onderwijs volgen op het niveau dat ze aankunnen, want dat is voor hun latere leven doorslaggevend.

Ik voeg hieraan toe dat een punt is natuurlijk, dat
bestrijding van alleen kinderarmoede politiek wat minder
controversieel is dan de bestrijding van armoede onder andere
groepen. Kinderen, daarvan zegt iedereen, die kunnen er nog niks aan
doen dat ze in armoede leven. Maar baanlozen, zeggen vele aanhangers
van het neoliberalisme, laten die maar gaan werken voor een flexibel
laag loontje, dan komen ze vanzelf hogerop door hun contacten. Het is
hun eigen schuld dat ze in armoede leven als ze dat niet doen. Dus
dat ligt controversiëler, en dat kun je niet hebben als je een breed
opgezette campagne wilt waar miljoenen achteraan lopen waarbij je je
imago wat wilt oppoetsen.

De argumenten voor armoedebestrijding van Cok Vrooman en waarschijnlijk ook de argumenten van het Laurentien-initiatief hoor je wel vaker. De discussie gaat er dan over, of je armoede moet bestrijden door de
minimuminkomens structureel te verhogen, of dat dit geen oplossing is
voor individuele en lokale problemen in veel gevallen en of
kleinschalige hulpverleningsinitiatieven niet een betere methode
zijn. Tegenstanders van verhoging van het minimum gebruiken meestal
deze argumenten. Punt is natuurlijk dat het geen tegenstelling is.
Aan de ene kant kun je niet alle individuele problemen oplossen als
je het minimumloon structureel verhoogt tot 14 euro, aan de andere
kant kun je individuele problemen niet oplossen (of alleen oplossen
bij schulden als de mensen op een mensonterende 50 euro in de week
worden gezet) als er structureel te weinig inkomen binnenkomt die wat
meer ruimte biedt om de individuele problemen aan te pakken.

Vooralsnog is het aantal vermelde initiatieven op de website van het initiatief tegen kinderarmoede nogal mager en zal dus de armoede niet
structureel oplossen. Gemeente Hoogeveen zet in op een integrale
aanpak van kinderarmoede via signaleren, bespreken en doorverwijzen
vanuit onderwijs, sport en wonen. In gesprek met kinderen zelf worden
oplossingen gezocht en via nieuwe samenwerkingen kunnen kinderen
blijven meedoen. Dat klinkt nogal vaag. Als Pa en Ma geen geld
hebben, wat doe je daar dan aan? Zwitsal (van Unilever) geeft gratis
producten voor gezinnen onder de armoedegrens via consultatiebureaus
en jeugdzorg. Dat zullen ze bij Zwitsal wel een win-win situatie
noemen: arme kinderen worden geholpen en de consultatiebureaus zijn
meer geneigd hun contracten met Zwitsal af te slui
ten, nietwaar? Het derde initiatief dat wordt vermeld is de publieksacademie. Op 3 juni wordt een publieksacademie in de stadsschouwburg Groningen georganiseerd. Een bijeenkomst voor lezers van ruim 40 weekbladen om het onderwerp Kinderarmoede bespreekbaar te maken en begrip te creëren voor deze problematiek. Ook een vaag verhaal.

Staatssecretaris van Sociale Zaken voor de VVD Tamara van Ark in het kabinet Rutte wordt vervolgens uitgebreid op de website geciteerd. Samengevat: ze vindt de armoede onder kinderen heel erg. En zet dus in op
individualisering van het armoedeprobleem, een initiatiefje hier en
daar. Nee, mevrouw van Ark, oplossingen komen pas uit een combinatie
van drastische verhogingen van het minimumloon in combinatie met een
betere bijzondere bijstand voor individuele problemen. Ook daar moet
meer geld naartoe.

Het initiatief van Laurentien zet in op lokale initiatieven voor
kleinschalige problemen. Dit is voor oplossing van het
armoedeprobleem de ene kant van het verhaal. Ook in het initiatief
minimumloon 14 euro worden lokale comité’s opgericht van leden en
niet-leden van de FNV die behalve meedoen aan de campagne vanuit de
nieuwe organisatiestructuren ook problemen dichtbij huis, in de
lokale gemeenschappen en de buurten aan de orde kunnen stellen. Als
prinses
Laurentien nu even verklaart dat het haar niet gaat om tot niets verplichtende charitas van de rijken die de onrechtvaardige tegenstelling tussen arme en rijk buiten beschouwing laat, maar om de structurele rechten van mensen die in armoede leven, en dat daar een redelijk inkomen om van te leven bijhoort, dus verhoging van het minimumloon tot 14 euro, dan kunnen er op lokaal niveau mooie samenwerkingsverbanden ontstaan. #samenvoor14

Piet van der Lende

 

 

Armoede, milieu en de rechtse regering

Het Centraal Plan Bureau (CPB) heeft gisteren haar doorrekening van de effecten van het klimaatakkoord gepresenteerd. ‘De gepresenteerde effecten zijn ramingen en dus onzeker. Het is niet mogelijk een betrouwbaarheidsinterval aan te geven’. We weten dus nu eigenlijk nog niks. Wat we wel weten, is wat we in ons dagelijks leven merken op het gebied van koopkracht, inkomen, hoge energierekeningen, een toenemende kloof tussen arm en rijk, verdwijning van de biodiversiteit om ons heen, etc.

Mensen met lage inkomens, die nu al minstens 20% van hun inkomen aan energie uitgeven merken dat ze daaraan steeds meer geld kwijt zijn terwijl ze geen geld hebben om investeringen te doen in hun vaak tochtige huizen die een energiezuiniger leven mogelijk maken. Je krijgt energiearmoede: om toch vanuit een zekere wanhoop te bezuinigen op energie ga je minder vaak dan eigenlijk noodzakelijk onder de douche, draai je de kachel wat lager als het toch koud is en sla je af en toe warm eten koken over.

De koopkrachtplaatjes van het CPB vormen een schril contrast met de dagelijkse ervaringen. Dat zit zo. Het CPB berekent prijsstijgingen, de effecten van het overheidsbeleid en de ontwikkeling van de lonen en uitkeringen. Belastingverlagingen, stijgende toeslagen en loonsverhogingen leiden tot meer inkomen. Overigens profiteren niet alle groepen van de belastingverlagingen. Trek van de inkomensstijgingen de inflatie af, en je hebt het koopkrachtplaatje. Maar dat zijn gemiddelden. Wie in zijn werk op de nullijn zit, of in een sector werkt met weinig loonsverhoging, of wie een pensioen heeft dat jarenlang niet geïndexeerd is merkt niets van een koopkrachtstijging. En het maakt voor je energierekening nogal wat uit of je in een goed geïsoleerde nieuwbouw flat zit of in een slecht geïsoleerd huis. Het CPB maakt geen uitsplitsing naar leefmilieu. Dus veel mensen gaan er in werkelijkheid op achteruit. Het CPB waarschuwt daar zelf ook voor, de koopkrachtplaatjes zijn gemiddelden.

Maar de berekeningen van het CPB over het klimaatakkoord geven wel een ruwe schets van een trend die we ook in ons dagelijks leven merken: de groeiende kloof tussen arm en rijk en een toenemende armoede onder sommige groepen.

Volgens de berekeningen gaan in de nabije toekomst de lage inkomensgroepen tot 184% van het Wettelijk Minimum Loon (WML) er in koopkracht 1,8% op achteruit, de hogere groep (meer dan 390% van het WML) gaat er 0,8% op achteruit. Wat daarbij opvalt, is dat het CPB een uitsplitsing heeft gemaakt tussen de effecten van het totale klimaat en energiebeleid, inclusief niet alleen klimaatakkoord maar ook andere maatregelen van de regering, en anderzijds de effecten van het klimaatakkoord alleen. De bovenstaande cijfers hebben betrekking op het totale plaatje. De inkomenseffecten van het klimaatakkoord, met haar 600 maatregelen als zodanig zijn minder onrechtvaardig. Alle huishoudens gaan er tussen 0,3% en 0,5% op achteruit.

Met andere woorden: het grootste deel van de de sociale onrechtvaardigheid van het milieubeleid en ander regeringsbeleid (bv verhoging van energiebelasting en belastingverlagingen waar de rijken het meest van profiteren) zit em in het neoliberale beleid van de regering BUITEN het klimaatakkoord.

We hebben een rechtse, neoliberale regering die de armen armer maakt en de rijken rijker waarbij ze handig gebruik maken van noodzakelijke milieumaatregelen om de in mijn ogen onrechtvaardige samenleving nog onrechtvaardiger te maken. En ondertussen kan rechts de drammerige milieubeweging de schuld geven.

Dit regeringsbeleid, niet het klimaatakkoord, is desastreus voor het draagvlak van een goed milieubeleid onder lagere en midden inkomensgroepen. Ze zullen gedeeltelijk de klimaatveranderingen en de noodzakelijke maatregelen in twijfel trekken terwijl de oorzaak van de toenemende lasten die je niet meer kunt betalen elders ligt. Premier Rutte heeft razendsnel gereageerd en compenserende maatregelen aangekondigd. Eerst zien dan geloven. Zijn de neoliberalen van hun geloof afgevallen? Ik geloof er geen barst van. In tegenstelling tot Jesse Klaver, die Rutte hoorde zeggen dat hij het Groen Links programma gaat uitvoeren. Maar drastische maatregelen om de kloof tussen arm en rijk te verkleinen zal men niet nemen.

Piet van der Lende

Boek “Wereldgeschiedenis van Nederland” prikt nationalistische mythen door

Vorig jaar verscheen het boek “Wereldgeschiedenis van Nederland”, onder redactie van Karwan Fatah-Black en anderen. De financiering van dat onderzoeksproject vond plaats door het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Naar eigen zeggen is de missie van dat instituut: “terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie”. Meer dan honderd Nederlandse historici werkten mee aan het project. Zij behandelen in een dikke pil van 731 bladzijden (exclusief voetnoten) in 117 hoofdstukken van enkele bladzijden de “wereldgeschiedenis van Nederland”.

De historicus Patrick Boucheron publiceerde in 2017 “Een wereldgeschiedenis van Frankrijk”, geschreven met 120 collega’s die specialist zijn in een bepaald thema of periode. Het lijvige werk van 800 pagina’s begint in 34.000 voor Christus en eindigt na 140 korte hoofdstukken bij de aanslagen in 2015 op weekblad Charlie Hebdo en concertzaal Bataclan. Boucherons werk leidde tot felle discussies over de nationale Franse identiteit. Hij relativeert dat begrip, want Frankrijk, Nederland en andere landen zijn historische constructies die op verschillende momenten in de tijd een verschillende betekenis hebben. Wat in het migratiedebat naar voren komt, namelijk dat Nederland Nederland moet blijven, is onzin en getuigt niet van historische kennis over het ontstaan van het nationalisme. Mythen in dat debat moeten worden bestreden. Dat debat is geen exclusief Frans fenomeen. In Nederland liepen de gemoederen hoog op over het slavernijverleden van nationale helden als Michiel de Ruyter en de wandaden in Nederlands-Indië door Jan Pieterszoon Coen. Met zijn boek heeft Boucheron zich nadrukkelijk gemengd in het huidige debat over identiteit in een tijd van globalisering. En zijn initiatief krijgt navolging: Italië heeft inmiddels zijn eigen “wereldgeschiedenis”, en ook een Nederlands en een Portugees boek zijn verschenen.

Aanklacht

Centraal thema van het Nederlandse boek: Nederland en de Nederlandse geschiedenis moeten worden gezien in een internationale context. Duizenden jaren migratie en internationale contacten en handel hebben ons land gevormd tot wat het nu is. Er is niet zoiets als een Nederlandse ‘oorsprong’. Steeds weer kom je tegen dat we in internationaal verband leefden. In de eerste plaats is dat een aanklacht tegen de eurocentrische nationalistische geschiedschrijving die bij de vorming van de natiestaten in Europa opkwam, in Nederland met de historicus Robert Fruin. Daarbij ging men op zoek naar de oorspronkelijke Nederlandse cultuur en heldendom, hoe ‘wij’ in de loop der eeuwen hebben gestreden voor de vrijheid waarin we nu leven en hoe we via de koloniën onze superieure Nederlandse waarden over de wereld hebben uitgedragen.

Het boek is ook een aanklacht tegen de opvatting dat vroeger in ons land (en nu nog in andere werelddelen) “primitieve volkeren” leefden die volledig waren geïsoleerd van de buitenwereld. In de antropologie kwamen “Stufentheorien” op, theorieën over de verschillende “Stufen” of stadia in de ontwikkeling van “volkeren”, waarbij zij zich ontwikkelden van “primitieve onderontwikkeling” tot de “westerse beschaving” waarin we nu leven. Een soort continuüm van geïsoleerde “primitieve” gemeenschappen naar de volledig open samenleving nu. De schrijvers tonen in het boek aan dat dit continuüm niet klopt: reeds in het neolithicum (nieuwe steentijd) waren er vele internationale handelscontacten, was er migratie en namen “volkeren” dingen van elkaar over, terwijl ze leefden in vaak ingewikkelde gemeenschappen en culturen. Dat proces is eeuwenlang doorgegaan. Er is in het boek ruim aandacht voor de herschrijving van de koloniale geschiedenis van Nederland, waar niet een nationalistische visie van onze veronderstelde superieure cultuur maar de werkelijke uitbuitingsverhoudingen en slavernij aan de orde komen. Tot zover ben ik het eens met de schrijvers.

Theorieloos

Toch lijkt het benadrukken van die internationale contacten wel erg over de top te zijn. Zo wordt bij het neolithicum gesproken over “globaliseren” en wordt de Romeinse tijd gekenschetst als een “multiculturele samenleving”. Bij het plakken van moderne begrippen op voorgaande samenlevingen vallen verschillen tussen de wereld vroeger en nu weg. Het is eigenlijk een theorieloos boek, waarbij je weinig inzicht krijgt in hoe samenlevingen vroeger en nu eigenlijk in elkaar zaten, en wat in dit opzicht de verschillen zijn. Je hoeft niet het verouderde continuümbegrip van geïsoleerde “primitieve” gemeenschappen naar het huidige mondiale kapitalisme te hanteren om te beseffen dat er toch wel verschillen zijn op het gebied van communicatieprocessen in verschillende samenlevingen en daarmee in de denkwerelden van mensen van vroegere tijden en nu.

In het neolithicum mogen er dan ook al internationale handelscontacten zijn geweest, maar ze hadden toen geen films en foto’s, en ook geen radio en internet. Vanuit een bepaalde gemeenschap trokken er leden weg naar andere streken, om wat voor reden dan ook. Ze namen misschien voorwerpen mee als ze terugkwamen en vertelden verhalen die dan weer werden doorverteld, in de tijd dat er nog geen schrift was, en dat is toch heel iets anders dan nu. Mondelinge overlevering laat meer ruimte voor de eigen autonomie, de eigen interpretatie van de informatie die ‘van buitenaf’ komt. Deze partiële zelfstandigheid van “volkeren”, streken, stammen, andere gemeenschappen, verklaart hun eigen karakter, dat in Nederland tot in de negentiende eeuw heeft voortgeduurd. Aan het begin van de negentiende eeuw was Nederland een lappendeken van cultureel gezien min of meer zelfstandige regio’s. Daarmee benader je de kritiek op de nationalistische geschiedschrijving van een andere kant: tot in de negentiende eeuw heeft Nederland eigenlijk nooit bestaan.

Emancipatiestrevingen

Er bekruipt mij het gevoel dat de vele schrijvers van het boek, allen deskundige historici, stellen dat de multiculturele geglobaliseerde samenleving eigenlijk altijd al heeft bestaan. Zelfs bij de behandeling van het neolithicum gebeurt dat: er waren toen vele oorlogen, opstanden, en bloedvergieten tot genocide aan toe, en ondertussen of daartussendoor was er internationale handel, en migratie die soms vreedzaam was en niet altijd tot oorlogen leidde. De schrijvers benadrukken dat Nederland het resultaat is van duizenden jaren internationale contacten, handel en beïnvloeding ‘van buitenaf’, waarbij wij op onze beurt weer de omgeving hebben beïnvloed. Op basis daarvan zou je kunnen denken: het is alle eeuwen hetzelfde geweest, die processen, dat zal wel altijd zo blijven. En in het verlengde daarvan zou je ook kunnen denken: wat heeft het voor zin om te strijden voor een betere wereld, dat hebben talloze mensen voor ons al gedaan, maar de multiculurele geglobaliseerde samenleving denderde voort, en er is eigenlijk niets veranderd. Hier wreekt zich dat emanicipatiestrevingen van Nederlandse bevolkingsgroepen in het boek slecht aan bod komen. Juist hier had een “internationaal perspectief” nieuwe inzichten kunnen opleveren. Hoe ging de arbeidersbeweging in Nederland om met het internationalisme? Hoe is het perspectief meer verschoven naar nationalistische emancipatiebewegingen? Er is een hoofdstuk over de kraakbeweging en de tweede feministische golf, maar verder wordt er voor wat de arbeidersbeweging aangaat slechts in één hoofdstukje aandacht besteed aan de internationale contacten van de sigarenmakers in de negentiende eeuw.

De conclusie moet dan wat mij betreft ook luiden dat de nationalistische Nederlandse geschiedenis terecht wordt herschreven. Allerlei mythen op dat gebied worden in het boek doorgeprikt. Maar in mijn ogen komen strevingen van onze voorouders om een betere wereld te bereiken, die kunnen dienen als inspiratiebron voor dergelijke strevingen in de huidige tijd, er bekaaid vanaf. De beschrijving van dergelijke strevingen die wel worden behandeld, is fragmentarisch. Eigenlijk luidt het verborgen antwoord van het boek op de vraag of er vooruitgang is in de geschiedenis van de mensheid, ontkennend. De schrijvers van het boek wilden geen politiek statement afgeven en objectieve geschiedschrijving plegen. Maar kan dat wel bij historische beschrijvingen? “Wereldgeschiedenis van Nederland” kan met instemming worden gelezen door kapitalisten van de VVD die internationaal zijn georiënteerd. De verborgen uitgangspunten en waarden van de hedendaagse Nederlandse geschiedschrijvers en de wijze waarop dit boek ook weer bijdraagt aan een bestendiging van de actuele machts- en rijkdomverhoudingen, geanalyseerd vanuit de eigen bevoorrechte positie, zullen ongetwijfeld onderwerp zijn van een volgende poging tot integrale Nederlandse geschiedschrijving.

“Wereldgeschiedenis van Nederland”, onder redactie van Karwan Fatah-Black en anderen. Uitgeverij: Ambo/Anthos, € 45,00. ISBN: 9789026343995.

(Dit is een geredigeerde versie van een artikel dat eerder op de site van Konfrontatie verscheen)

Piet van der Lende

Stand van zaken Amsterdams experiment verdienen met een deeltijdbaan naast je uitkering

De gemeente heeft besloten, het experiment verdienen met een deeltijdbaan naast je uitkering uit te breiden. Begin januari zijn 35.000 brieven de deur uitgegaan gericht aan de Amsterdamse bijstandsgerechtigden met de mededeling dat inschrijving voor het experiment opnieuw wordt opengezet. Van 1 januari 2019 tot 1 maart 2019 kunnen mensen zich opnieuw aanmelden.

Er zijn tot nu toe 3000 huishoudensdie zich in de vorige ronde hebben aangemeld. Het aantal individuen ligt dus hoger. Het gaat om ca 2500 lopende uitkeringen in het kader van de Participatiewet. 500 deelnemers zijn sinds de vorige aanmeldperiode inmiddels uitgestroomd. Zij blijven echter gevolgd worden, omdat ze kunnen terugkeren in de uitkering en dan weer meedoen. Van de deelnemers aan het experiment heeft ongeveer 60% deeltijdwerk of kortdurende inkomsten gehad uit arbeid.

Het onderzoek wordt verlengd omdat de nulmeting met interviews niet op tijd was afgerond. Daardoor zou voor het wetenschappelijk onderzoek maar 1 jaar beschikbaar zijn in plaats van twee jaar. In overleg met de wethouder is besloten, het onderzoek te verlengen om voldoende tijd voor het wetenschappelijk onderzoek te hebben en het wetenschappelijk onderzoek uit te breiden naar welke effecten het vrijlaten van de premie heeft. Bovendien wil men nieuwe instromers in de bijstand de kans geven aan het experiment mee te doen.

1672 mensen die zich bij de vorige inschrijfperiode hebben aangemeld hebben in november de tweede premie ontvangen. Daaraan is 1,7 miljoen euro besteed. Over de verstrekking van de premie is tot op heden maar 1 klacht binnengekomen. Vaak was het mensen niet duidelijk, dat als een maand boven de bijstandsnorm zit, en geen uitkering ontvangt, je ook geen premie krijgt over die maand. Volgens rapportages van de helpdesk die vragen binnen krijgen van het gemeentelijk call-center zijn er in totaal 120 vragen over de premie binnengekomen. De piek was in december, na de uitbetaling in november, toen er 25 vragen zijn gesteld.

Naast de mensen die meedoen aan het experiment en die vaak een deeltijdbaan hebben, permanent of tijdelijk, zijn er ca 1400 mensen die parttime werk hebben en die niet meedoen. Er zal in het kader van het wetenschappelijk onderzoek een apart kwalitatief onderzoek komen naar deze mensen Zij zullen dan worden geïnterviewd.

In 2016 had 6,6% van het aantal bijstandsgerechtigden een deeltijdbaan. Dit is in 2017 gestegen naar 7,1%. Een groot deel van de parttime werkenden zit in trede 2.

ZZP-ers die in de bescheiden schaal regeling vallen doen ook mee aan het experiment. IOAW en IOAZ en BBZ-uitkeringen zijn uitgesloten van het experiment. Mensen in die uitkeringen mogen geen incentives ontvangen. Zij mogen geen uitstroompremie hebben. De wet staat dit type experimenten alleen toe voor klanten die een Participatiewet uitkering hebben.  Alleen als er dus een IOAW- of IOAZ-uitkering is met een aanvullende P-wet-uitkering is deelname mogelijk.

Aan het experiment doen ook mensen mee die urenbeperkt zijn (dit kan gevolg zijn vanwege een lichamelijke of geestelijke bepreking). Ongeveer de helft van de Pantar medewerkers doen mee met het experiment.

Er is van eerder vorig jaar eenanimatiefilmje gemaakt. Daarin komt naar voren, hoe je je inkomsten doorgeeft als je part-time werkt. https://www.amsterdam.nl/werk-inkomen/uitkeringen/inkomsten-doorgeven/

Je kunt ook een proefberekening maken van hoeveel premie je krijgt. https://www.amsterdam.nl/werk-inkomen/uitkeringen/amsterdamse/

mijn eerste opmerkingen

Het zou interessant zijn eens te onderzoeken, in hoeverre het fenomeen van in Amsterdam ongeveer 4000 bijstandsgerechtigden die part-time werken met een uitkering de flexibilisering van de arbeid bevordert, dwz dat werkgevers zich niet hoeven in te spannen om banen te creeren waarvan je kunt rondkomen, en banen kunnen creeren voor bijvoorbeeld piekproductie waarvan je niet kunt leven waarbij aanvullende eisen worden gesteld, die je de hele week binden. . Voorbeeld zijn sommige postbezorgers bij Post.nl, die maar ongeveer 20 uur in de week werk hebben en loon, waarbij de eis gesteld wordt dat ze de hele week oproepbaar/beschikbaar zijn. Je kunt er dan dus geen andere deeltijdbaan naast nemen en als je met het aantal uren dat je bij post.nl werkt beneden de bijstandsnorm blijft, moet je een bijstandsuitkering aanvragen. Daarvoor zouden de sectoren/bedrijven waar de mensen werken bekend moeten zijn en de voorwaarden die die bedrijven stellen, zoals post.nl. En of veel bijstandsgerechtigden op basis van oproepcontracten werken, waarbij je voortdurend beschikbaar moet zijn. Natuurlijk zijn er in dit verband nog andere vijvers waaruit Post.nl kan vissen, mensen met andere uitkeringen of gehuwden waarvan een partner een stabiel volledig inkomen heeft en de ander er zo’n flexibel deeltijdbaantje bijneemt. In het verlengde daarvan ligt de vraagstelling in hoeverre de Participatie wet en eventuele andere uitkeringen werken als smeermiddel op de arbeidsmarkt, dwz de bevordering van goedkope, flexibele arbeid en zorgen dat daar voldoende arbeidskrachten voor beschikbaar zijn. In dit verband moeten we ook denken aan flextensieconstructies en het werken met behoud van uitkering. Dit zijn de schattingen van de FNV. Het gaat alleen al bij werken met behoud van uitkering om ongeveer 20 duizend arbeidsplaatsen (voltijdse werkweek). Maar aangezien de mensen gemiddeld 20 uur per week werken, gaat het om minstens 40.000 bijstandsgerechtigden. Als je rekent dat de tewerkstelling gemiddeld een half jaar duurt, gaat het om 80.000 bijstandsgerechtigden die korter of langer durend met behoud van uitkering werken gerekend over een heel jaar van de 400.000 die er in Nederland zijn.

De FNV komt tot deze schatting op basis van CBS gegevens dat er 160 duizend voorzieningen zijn afgegeven in 2016. Helaas houd het CBS niet bij wat een voorziening precies is maar als de helft met werk te maken heeft dan blijven 80 duizend over. Gemiddeld 20 upw dus halve werkweek. Is 40 duizend. 6 maanden gemiddeld dus 20 duizend arbeidsplaatsen per jaar.

Ik denk dat deze effecten van experimenten zoals in Amsterdam en in het verlengde daarvan misschien de invoering van een partieel basisinkomen moeten worden onderzocht.

Piet van der Lende
>

In de media

Hieronder links naar krantenartikelen, filmpjes en geluidsbestanden van radio uitzendingen uit 2018 waarin mijn naam of die van organisaties waarbij ik betrokken was voorkomt. Internetartikelen zijn alleen opgenomen als de inhoud ook in gedrukte vorm of op radio en TV verschenen is.

In februari verscheen het boek ‘Onder Amsterdammers’, 4 jaar wethouder in 020.  van ex-wethouder van Amsterdam Arjen Vliegenthart. Uitgeverij Van Gennep. Een hoofdstuk in dit boek is gewijd aan de Bijstandsbond.

Op RTL4 verscheen op 18 september het volgende bericht. Gratis tattoos gezet bij familieleden? Dan 50.000 euro bijstand terugbetalen. De Bijstandsbond en advocaat Marc van Hoof werden geïnterviewd over het verschijnsel, dat grote fraudezaken blijven liggen en de opsporingsambtenaren veel tijd besteden aan kleine fraudezaken. kleine fraude wordt harder aangepakt dan grote

Waarom heeft Amsterdam meer ‘kansarme’ bijstandsklanten dan andere steden? NAP nieuws. Gepubliceerd op

Donut D day in de Keizersgracht kerk

Op zaterdag 15 september 2018 werd in een overvolle Keizersgracht kerk in Amsterdam ‘Donut D Day’ georganiseerd. Ik schat dat er wel tussen de 200 en 300 mensen aanwezig waren. “Donut D-day’ is bedoeld als een dag van reflexie op de huidige maatschappij en de mogelijkheden voor samenwerking van verschillende sociale bewegingen.

Van de dag heb ik verschillende verslagen gemaakt. Die zijn hier te vinden

De Donut economie

Harro van Boven van D’66 over het basisinkomen

Initiatieven om de wereld te veranderen

Nog meer initiatieven om de wereld te veranderen.

Anne Knol van Milieudefensie en de dilemma’s van een campagneleider

Klaas van Egmond en de problemen van het geldsysteem

De evolutionaire visie van Herman Wijffels

Evaluatie van mijn hand van de dag.

De Donut economie

Op zaterdag 15 september 2018 werd in een overvolle Keizersgracht kerk in Amsterdam ‘Donut D Day’ georganiseerd. Ik schat dat er wel tussen de 200 en 300 mensen aanwezig waren. “Donut D-day’ is bedoeld als een dag van reflexie op de huidige maatschappij en de mogelijkheden voor samenwerking van verschillende sociale bewegingen. De Donut of Dougnut als symbool voor de ideale maatschappij is bedacht door Kate Raworth. In 2017 kwam haar boek ‘Doughnut Economics’ uit. Naar analogie van de ronde zoete donut die je kunt eten is de wereld waarin we leven in drie cirkels verdeeld: in de binnenste cirkel, de “social foundation’ vinden we de rechtvaardige maatschappij, met o.a. voedsel, water, energie, gezondheid, onderwijs, werk en inkomen voor iedereen. Deze dingen moeten geproduceerd worden in een circulaire en regeneratieve en verdelende economie, in de ruimte die de aarde beschikbaar heeft. Dit is de tweede cirkel. In onze tijd is er nog een derde cirkel, daaromheen, waarbij roofbouw wordt gepleegd op de aarde. Met als gevolg milieurampen, klimaatverandering, vernietiging van ecologische diversiteit, etc. Zaak is, binnen de tweede cirkel te blijven en toch in de binnenste ring een rechtvaardige maatschappij te bereiken. Die tweede cirkel mag geen uitstulpingen kennen, want dat leidt tot milieurampen. Maar ernaar streven om een uitstulping naar buiten te voorkomen mag er ook niet toe leiden, dat vanuit de tweede cirkel naar binnen toe de rechtvaardige maatschappij qua inkomen en andere waarden en voorzieningen onder druk komt te staan. (De uitstulping naar buiten als het ware vervangen door een uitstulping naar binnen.) Op de dag kwam naar voren, dat vooral de angst van veel mensen voor die uitstulping naar binnen hen ervan weerhoudt steun te geven aan de noodzakelijke veranderingen.

Het was een informatieve dag, waarbij de stand van zaken in de beweging voor een alternatief voor het huidige kapitalistisch systeem in Nederland goed naar voren kwam. De dag werd georganiseerd door Katy Olivia van Tergouw van de beweging tegen ecocide (totale vernietiging van grote delen van de aarde te bestrijden door ecocide internationaal strafbaar te stellen) (www.ikbenaardebeschermer.nl), Alexander de Roo van de Vereniging basisinkomen (basisinkomen.nl), Marielle Cornielje van de Burgerbeweging (deburgerbeweging.nl), Conny Bergé van de beweging voor een ander financieel systeem (onsgeld.nu) en Johan Luijendijk (basisinkomen2018.nl) een politieke lobbygroep voor een specifieke variant van het basisinkomen.

Op de dag stonden eigenlijk twee discussie items centraal.

1. Het huidige kapitalistisch economisch stelsel is onhoudbaar. Het gaat ten koste van de aarde en veroorzaakt ecologische rampen. De eindige energie bronnen (fossiele brandstoffen) raken op. Het financiële systeem kan ieder ogenblik instorten. In dit kader waren er discussiebijdragen van mensen, die wilden vasthouden aan de markteconomie en het kapitalisme meer of minder wilden hervormen tot meer radicale geluiden die een geheel ander systeem wilden.

2. Als we een andere maatschappij willen, hoe kunnen we dat dan bereiken? Er werd een keur aan initiatieven gepresenteerd, van zeer concreet en praktisch tot meer abstract, die allen probeerden te bereiken dat mensen het heft in eigen handen nemen en in het kader van samenwerking met anderen nu al die andere maatschappij vorm proberen te geven. Een belangrijk gespreksonderwerp was daarbij het basisinkomen.

De twee items liepen een beetje door elkaar gedurende de dag, maar steeds kwamen verschillen van inzicht hoe om te gaan met de ‘markteconomie’ naar voren.

Ad1. Wat betreft de analyse van het kapitalistisch economisch systeem begon de dag met een videoboodschap van Kate Raworth. Haar bijdrage kun je zien op de website van Donut D-Day: http://donutdday.nl/.

Van de dag heb ik verschillende verslagen gemaakt. Die zijn hier te vinden

De Donut economie

Harro van Boven van D’66 over het basisinkomen

Initiatieven om de wereld te veranderen

Nog meer initiatieven om de wereld te veranderen.

Anne Knol van Milieudefensie en de dilemma’s van een campagneleider

Klaas van Egmond en de problemen van het geldsysteem

De evolutionaire visie van Herman Wijffels

Evaluatie van mijn hand van de dag.

Harro Boven van D ’66 over het basisinkomen

Op zaterdag 15 september 2018 werd in een overvolle Keizersgrachtkerk in Amsterdam ‘Donut D Day’ georganiseerd. Ik schat dat er wel tussen de 200 en 300 mensen aanwezig waren. “Donut D-day’ is bedoeld als een dag van reflexie op de huidige maatschappij en de mogelijkheden voor samenwerking van verschillende sociale bewegingen.

De dag begon met een pleidooi voor een basisinkomen door Harro Boven. Hij is mede-initiatiefnemer van het plan ‘Moedig Voorwaarts’ van de Jonge Democraten. (jongerenpartij van D’66) waarin een variant van het basisinkomen wordt gepromoot. Dat basisinkomen is een financieel volledig gedekt plan dat aan alle armoede in Nederland een einde zou maken. Over een plan om een basisinkomen in te voeren voor 55 plussers gepromoot door het consumentenprogramma Radar en AVRO/TROS hield hij een betoog dat op internet te vinden is. Voor dat basisinkomen werd een petitie gehouden. https://www.youtube.com/watch?v=TKKveuOPHQQ

De hoogte van het basisinkomen waar de Jonge Democraten voor pleiten is tegen het huidige sociale minimum aan, want anders zou met het geld van de huidige voorwaardelijke sociale zekerheid het plan niet financierbaar zijn. Wat dat sociale minimum betreft gaan de Jonge Democraten uit van de armoede definitie van het Sociaal Cultureel Planbureau. Zij gaan daar iets boven zitten waarbij je uitkomt op variërende per huishoudtype een minimumbasisinkomen van 1200 tot 1500 euro. De Jonge Democraten verdelen dit bedrag dan vervolgens weer in 600 euro onvoorwaardelijk en 600 euro voorwaardelijk, waarbij de hoogte is gekoppeld aan hoe je huishouden in elkaar zit en de hoogte van de huur die je betaalt. Een alleenstaande krijgt 600 euro onvoorwaardelijk plus 600 euro in een persoonlijk gedeelte is 1200 euro.

Maar Harro Boven begint zijn analyse met de huidige sociale zekerheid. Het activerend arbeidsmarktbeleid zou 6,5 miljard euro per jaar kosten, en een meta studie van het Centraal Plan Bureau uit 2016 toont aan, dat de effecten van dat beleid zeer gering zijn. Ook een Europese meta studie uit 2008 toont aan dat de effecten gering zijn.

Nu zijn er tegenstanders van het basisinkomen die allerlei bezwaren naar voren halen.

Eerste bezwaar: we krijgen een gigantische inflatie waarbij het geld veel minder waard wordt als je iedereen zomaar geld geeft. Maar het plan van de Jonge Democraten gaat uit van een geheel fiscale financiering en dan heb je dat probleem niet. De Jonge Democraten willen het recht op een basisinkomen koppelen aan het Nederlands paspoort. Dus alleen mensen met de Nederlandse nationaliteit hebben er recht op.

Een volgende bezwaar is, dat de invoering van een basisinkomen zo’n grote verandering is, dat het en chaos wordt. Om dit te voorkomen willen de Jonge Democraten een invoeringstermijn van 5 jaar. De invoering wordt als het ware in stukken gehakt, zodat geleidelijk aan steeds meer mensen er recht op krijgen.

Een ander tegenargument is, dat bij de invoering van een basisinkomen iedereen ophoudt met werken. Onderzoekingen wijzen uit, dat gemiddeld maximaal 5% van de mensen ophoudt met werken. Een basisinkomen stimuleert echter juist om te gaan werken, want nu moet je bv als je in de bijstand zit het meeste van wat je bijverdient inleveren. Bij een basisinkomen gaat werken meer lonen, want het salaris komt bovenop het basisinkomen. Ook heb je het zogenaamde 80-80 effect. In enquêtes geven 80% van de mensen als hun mening aan, dat anderen bij de invoering niet meer gaan werken. Maar aan de andere kant wanneer gevraagd wordt of je zelf blijft werken, geeft 80% aan dat wel te blijven doen.

Hoe ziet de dekking van het plan van de Jonge Democraten eruit? Het basisinkomen wordt uitbetaald middels een negatieve inkomstenbelasting. Het plan van de Democraten kost 164 miljard euro. 120 miljard dus 70% komt uit dingen die we kunnen afschaffen. Dan blijft 30-40 miljard over om te financieren. 14 miljard moet volgens de Jonge Democraten komen uit een vermogensbelasting waarbij het eigen huis meegeteld wordt bij het vermogen. Ook 14 miljard komt uit milieuheffingen, zoals het verhogen van de diesel en benzineprijzen en het invoeren van een erfbelasting. In het plan blijven de ziekte en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen bestaan.

Dan iets over de politieke haalbaarheid. Uit enquêtes o.a. van de ING blijkt, dat 30-40% van de bevolking ervoor is. In de Europese Unie als geheel is dit zelfs 62%. Is het plan van de Jonge Democraten sociaal, links of liberaal? De voorstanders van het basisinkomen zijn te vinden in het gehele politieke spectrum. Milton Friedman, de beroemde Amerikaanse econoom, was er ook voor. De politieke kleur komt tot uiting in het bepalen van de hoogte van het basisinkomen, heeft geen betrekking op het principe. Het voordeel van een basisinkomen is, dat er een einde kan komen aan de armoede, en dat werknemers een andere, sterkere positie krijgen. Liberale voorstanders van een basisinkomen zien een vermindering van de bureaucratie, dat werk moet lonen en een meer flexibele arbeidsmarkt mogelijk is. Linkse voorstanders van een basisinkomen zeggen bijvoorbeeld dat mantelzorg beter mogelijk is.

In de reacties op zijn inleiding werd o.a. gezegd, dat wat betreft de haalbaarheid een basisinkomen ook haalbaar is omdat er een politieke consensus voor te krijgen is; het basisinkomen kan worden ingevoerd zonder ingrijpende maatschappelijke en politieke veranderingen. Verder was er discussie over de koppeling van het Nederlandse paspoort aan het basisinkomen. Is dit niet in strijd met Europese regels?

Van de dag heb ik verschillende verslagen gemaakt. Die zijn hier te vinden

De Donut economie

Harro van Boven van D’66 over het basisinkomen

Initiatieven om de wereld te veranderen

Nog meer initiatieven om de wereld te veranderen.

Anne Knol van Milieudefensie en de dilemma’s van een campagneleider

Klaas van Egmond en de problemen van het geldsysteem

De evolutionaire visie van Herman Wijffels

Evaluatie van mijn hand van de dag.