Boek “Wereldgeschiedenis van Nederland” prikt nationalistische mythen door

Vorig jaar verscheen het boek “Wereldgeschiedenis van Nederland”, onder redactie van Karwan Fatah-Black en anderen. De financiering van dat onderzoeksproject vond plaats door het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Naar eigen zeggen is de missie van dat instituut: “terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie”. Meer dan honderd Nederlandse historici werkten mee aan het project. Zij behandelen in een dikke pil van 731 bladzijden (exclusief voetnoten) in 117 hoofdstukken van enkele bladzijden de “wereldgeschiedenis van Nederland”.

De historicus Patrick Boucheron publiceerde in 2017 “Een wereldgeschiedenis van Frankrijk”, geschreven met 120 collega’s die specialist zijn in een bepaald thema of periode. Het lijvige werk van 800 pagina’s begint in 34.000 voor Christus en eindigt na 140 korte hoofdstukken bij de aanslagen in 2015 op weekblad Charlie Hebdo en concertzaal Bataclan. Boucherons werk leidde tot felle discussies over de nationale Franse identiteit. Hij relativeert dat begrip, want Frankrijk, Nederland en andere landen zijn historische constructies die op verschillende momenten in de tijd een verschillende betekenis hebben. Wat in het migratiedebat naar voren komt, namelijk dat Nederland Nederland moet blijven, is onzin en getuigt niet van historische kennis over het ontstaan van het nationalisme. Mythen in dat debat moeten worden bestreden. Dat debat is geen exclusief Frans fenomeen. In Nederland liepen de gemoederen hoog op over het slavernijverleden van nationale helden als Michiel de Ruyter en de wandaden in Nederlands-Indië door Jan Pieterszoon Coen. Met zijn boek heeft Boucheron zich nadrukkelijk gemengd in het huidige debat over identiteit in een tijd van globalisering. En zijn initiatief krijgt navolging: Italië heeft inmiddels zijn eigen “wereldgeschiedenis”, en ook een Nederlands en een Portugees boek zijn verschenen.

Aanklacht

Centraal thema van het Nederlandse boek: Nederland en de Nederlandse geschiedenis moeten worden gezien in een internationale context. Duizenden jaren migratie en internationale contacten en handel hebben ons land gevormd tot wat het nu is. Er is niet zoiets als een Nederlandse ‘oorsprong’. Steeds weer kom je tegen dat we in internationaal verband leefden. In de eerste plaats is dat een aanklacht tegen de eurocentrische nationalistische geschiedschrijving die bij de vorming van de natiestaten in Europa opkwam, in Nederland met de historicus Robert Fruin. Daarbij ging men op zoek naar de oorspronkelijke Nederlandse cultuur en heldendom, hoe ‘wij’ in de loop der eeuwen hebben gestreden voor de vrijheid waarin we nu leven en hoe we via de koloniën onze superieure Nederlandse waarden over de wereld hebben uitgedragen.

Het boek is ook een aanklacht tegen de opvatting dat vroeger in ons land (en nu nog in andere werelddelen) “primitieve volkeren” leefden die volledig waren geïsoleerd van de buitenwereld. In de antropologie kwamen “Stufentheorien” op, theorieën over de verschillende “Stufen” of stadia in de ontwikkeling van “volkeren”, waarbij zij zich ontwikkelden van “primitieve onderontwikkeling” tot de “westerse beschaving” waarin we nu leven. Een soort continuüm van geïsoleerde “primitieve” gemeenschappen naar de volledig open samenleving nu. De schrijvers tonen in het boek aan dat dit continuüm niet klopt: reeds in het neolithicum (nieuwe steentijd) waren er vele internationale handelscontacten, was er migratie en namen “volkeren” dingen van elkaar over, terwijl ze leefden in vaak ingewikkelde gemeenschappen en culturen. Dat proces is eeuwenlang doorgegaan. Er is in het boek ruim aandacht voor de herschrijving van de koloniale geschiedenis van Nederland, waar niet een nationalistische visie van onze veronderstelde superieure cultuur maar de werkelijke uitbuitingsverhoudingen en slavernij aan de orde komen. Tot zover ben ik het eens met de schrijvers.

Theorieloos

Toch lijkt het benadrukken van die internationale contacten wel erg over de top te zijn. Zo wordt bij het neolithicum gesproken over “globaliseren” en wordt de Romeinse tijd gekenschetst als een “multiculturele samenleving”. Bij het plakken van moderne begrippen op voorgaande samenlevingen vallen verschillen tussen de wereld vroeger en nu weg. Het is eigenlijk een theorieloos boek, waarbij je weinig inzicht krijgt in hoe samenlevingen vroeger en nu eigenlijk in elkaar zaten, en wat in dit opzicht de verschillen zijn. Je hoeft niet het verouderde continuümbegrip van geïsoleerde “primitieve” gemeenschappen naar het huidige mondiale kapitalisme te hanteren om te beseffen dat er toch wel verschillen zijn op het gebied van communicatieprocessen in verschillende samenlevingen en daarmee in de denkwerelden van mensen van vroegere tijden en nu.

In het neolithicum mogen er dan ook al internationale handelscontacten zijn geweest, maar ze hadden toen geen films en foto’s, en ook geen radio en internet. Vanuit een bepaalde gemeenschap trokken er leden weg naar andere streken, om wat voor reden dan ook. Ze namen misschien voorwerpen mee als ze terugkwamen en vertelden verhalen die dan weer werden doorverteld, in de tijd dat er nog geen schrift was, en dat is toch heel iets anders dan nu. Mondelinge overlevering laat meer ruimte voor de eigen autonomie, de eigen interpretatie van de informatie die ‘van buitenaf’ komt. Deze partiële zelfstandigheid van “volkeren”, streken, stammen, andere gemeenschappen, verklaart hun eigen karakter, dat in Nederland tot in de negentiende eeuw heeft voortgeduurd. Aan het begin van de negentiende eeuw was Nederland een lappendeken van cultureel gezien min of meer zelfstandige regio’s. Daarmee benader je de kritiek op de nationalistische geschiedschrijving van een andere kant: tot in de negentiende eeuw heeft Nederland eigenlijk nooit bestaan.

Emancipatiestrevingen

Er bekruipt mij het gevoel dat de vele schrijvers van het boek, allen deskundige historici, stellen dat de multiculturele geglobaliseerde samenleving eigenlijk altijd al heeft bestaan. Zelfs bij de behandeling van het neolithicum gebeurt dat: er waren toen vele oorlogen, opstanden, en bloedvergieten tot genocide aan toe, en ondertussen of daartussendoor was er internationale handel, en migratie die soms vreedzaam was en niet altijd tot oorlogen leidde. De schrijvers benadrukken dat Nederland het resultaat is van duizenden jaren internationale contacten, handel en beïnvloeding ‘van buitenaf’, waarbij wij op onze beurt weer de omgeving hebben beïnvloed. Op basis daarvan zou je kunnen denken: het is alle eeuwen hetzelfde geweest, die processen, dat zal wel altijd zo blijven. En in het verlengde daarvan zou je ook kunnen denken: wat heeft het voor zin om te strijden voor een betere wereld, dat hebben talloze mensen voor ons al gedaan, maar de multiculurele geglobaliseerde samenleving denderde voort, en er is eigenlijk niets veranderd. Hier wreekt zich dat emanicipatiestrevingen van Nederlandse bevolkingsgroepen in het boek slecht aan bod komen. Juist hier had een “internationaal perspectief” nieuwe inzichten kunnen opleveren. Hoe ging de arbeidersbeweging in Nederland om met het internationalisme? Hoe is het perspectief meer verschoven naar nationalistische emancipatiebewegingen? Er is een hoofdstuk over de kraakbeweging en de tweede feministische golf, maar verder wordt er voor wat de arbeidersbeweging aangaat slechts in één hoofdstukje aandacht besteed aan de internationale contacten van de sigarenmakers in de negentiende eeuw.

De conclusie moet dan wat mij betreft ook luiden dat de nationalistische Nederlandse geschiedenis terecht wordt herschreven. Allerlei mythen op dat gebied worden in het boek doorgeprikt. Maar in mijn ogen komen strevingen van onze voorouders om een betere wereld te bereiken, die kunnen dienen als inspiratiebron voor dergelijke strevingen in de huidige tijd, er bekaaid vanaf. De beschrijving van dergelijke strevingen die wel worden behandeld, is fragmentarisch. Eigenlijk luidt het verborgen antwoord van het boek op de vraag of er vooruitgang is in de geschiedenis van de mensheid, ontkennend. De schrijvers van het boek wilden geen politiek statement afgeven en objectieve geschiedschrijving plegen. Maar kan dat wel bij historische beschrijvingen? “Wereldgeschiedenis van Nederland” kan met instemming worden gelezen door kapitalisten van de VVD die internationaal zijn georiënteerd. De verborgen uitgangspunten en waarden van de hedendaagse Nederlandse geschiedschrijvers en de wijze waarop dit boek ook weer bijdraagt aan een bestendiging van de actuele machts- en rijkdomverhoudingen, geanalyseerd vanuit de eigen bevoorrechte positie, zullen ongetwijfeld onderwerp zijn van een volgende poging tot integrale Nederlandse geschiedschrijving.

“Wereldgeschiedenis van Nederland”, onder redactie van Karwan Fatah-Black en anderen. Uitgeverij: Ambo/Anthos, € 45,00. ISBN: 9789026343995.

(Dit is een geredigeerde versie van een artikel dat eerder op de site van Konfrontatie verscheen)

Piet van der Lende

Stand van zaken Amsterdams experiment verdienen met een deeltijdbaan naast je uitkering

De gemeente heeft besloten, het experiment verdienen met een deeltijdbaan naast je uitkering uit te breiden. Begin januari zijn 35.000 brieven de deur uitgegaan gericht aan de Amsterdamse bijstandsgerechtigden met de mededeling dat inschrijving voor het experiment opnieuw wordt opengezet. Van 1 januari 2019 tot 1 maart 2019 kunnen mensen zich opnieuw aanmelden.

Er zijn tot nu toe 3000 huishoudensdie zich in de vorige ronde hebben aangemeld. Het aantal individuen ligt dus hoger. Het gaat om ca 2500 lopende uitkeringen in het kader van de Participatiewet. 500 deelnemers zijn sinds de vorige aanmeldperiode inmiddels uitgestroomd. Zij blijven echter gevolgd worden, omdat ze kunnen terugkeren in de uitkering en dan weer meedoen. Van de deelnemers aan het experiment heeft ongeveer 60% deeltijdwerk of kortdurende inkomsten gehad uit arbeid.

Het onderzoek wordt verlengd omdat de nulmeting met interviews niet op tijd was afgerond. Daardoor zou voor het wetenschappelijk onderzoek maar 1 jaar beschikbaar zijn in plaats van twee jaar. In overleg met de wethouder is besloten, het onderzoek te verlengen om voldoende tijd voor het wetenschappelijk onderzoek te hebben en het wetenschappelijk onderzoek uit te breiden naar welke effecten het vrijlaten van de premie heeft. Bovendien wil men nieuwe instromers in de bijstand de kans geven aan het experiment mee te doen.

1672 mensen die zich bij de vorige inschrijfperiode hebben aangemeld hebben in november de tweede premie ontvangen. Daaraan is 1,7 miljoen euro besteed. Over de verstrekking van de premie is tot op heden maar 1 klacht binnengekomen. Vaak was het mensen niet duidelijk, dat als een maand boven de bijstandsnorm zit, en geen uitkering ontvangt, je ook geen premie krijgt over die maand. Volgens rapportages van de helpdesk die vragen binnen krijgen van het gemeentelijk call-center zijn er in totaal 120 vragen over de premie binnengekomen. De piek was in december, na de uitbetaling in november, toen er 25 vragen zijn gesteld.

Naast de mensen die meedoen aan het experiment en die vaak een deeltijdbaan hebben, permanent of tijdelijk, zijn er ca 1400 mensen die parttime werk hebben en die niet meedoen. Er zal in het kader van het wetenschappelijk onderzoek een apart kwalitatief onderzoek komen naar deze mensen Zij zullen dan worden geïnterviewd.

In 2016 had 6,6% van het aantal bijstandsgerechtigden een deeltijdbaan. Dit is in 2017 gestegen naar 7,1%. Een groot deel van de parttime werkenden zit in trede 2.

ZZP-ers die in de bescheiden schaal regeling vallen doen ook mee aan het experiment. IOAW en IOAZ en BBZ-uitkeringen zijn uitgesloten van het experiment. Mensen in die uitkeringen mogen geen incentives ontvangen. Zij mogen geen uitstroompremie hebben. De wet staat dit type experimenten alleen toe voor klanten die een Participatiewet uitkering hebben.  Alleen als er dus een IOAW- of IOAZ-uitkering is met een aanvullende P-wet-uitkering is deelname mogelijk.

Aan het experiment doen ook mensen mee die urenbeperkt zijn (dit kan gevolg zijn vanwege een lichamelijke of geestelijke bepreking). Ongeveer de helft van de Pantar medewerkers doen mee met het experiment.

Er is van eerder vorig jaar eenanimatiefilmje gemaakt. Daarin komt naar voren, hoe je je inkomsten doorgeeft als je part-time werkt. https://www.amsterdam.nl/werk-inkomen/uitkeringen/inkomsten-doorgeven/

Je kunt ook een proefberekening maken van hoeveel premie je krijgt. https://www.amsterdam.nl/werk-inkomen/uitkeringen/amsterdamse/

mijn eerste opmerkingen

Het zou interessant zijn eens te onderzoeken, in hoeverre het fenomeen van in Amsterdam ongeveer 4000 bijstandsgerechtigden die part-time werken met een uitkering de flexibilisering van de arbeid bevordert, dwz dat werkgevers zich niet hoeven in te spannen om banen te creeren waarvan je kunt rondkomen, en banen kunnen creeren voor bijvoorbeeld piekproductie waarvan je niet kunt leven waarbij aanvullende eisen worden gesteld, die je de hele week binden. . Voorbeeld zijn sommige postbezorgers bij Post.nl, die maar ongeveer 20 uur in de week werk hebben en loon, waarbij de eis gesteld wordt dat ze de hele week oproepbaar/beschikbaar zijn. Je kunt er dan dus geen andere deeltijdbaan naast nemen en als je met het aantal uren dat je bij post.nl werkt beneden de bijstandsnorm blijft, moet je een bijstandsuitkering aanvragen. Daarvoor zouden de sectoren/bedrijven waar de mensen werken bekend moeten zijn en de voorwaarden die die bedrijven stellen, zoals post.nl. En of veel bijstandsgerechtigden op basis van oproepcontracten werken, waarbij je voortdurend beschikbaar moet zijn. Natuurlijk zijn er in dit verband nog andere vijvers waaruit Post.nl kan vissen, mensen met andere uitkeringen of gehuwden waarvan een partner een stabiel volledig inkomen heeft en de ander er zo’n flexibel deeltijdbaantje bijneemt. In het verlengde daarvan ligt de vraagstelling in hoeverre de Participatie wet en eventuele andere uitkeringen werken als smeermiddel op de arbeidsmarkt, dwz de bevordering van goedkope, flexibele arbeid en zorgen dat daar voldoende arbeidskrachten voor beschikbaar zijn. In dit verband moeten we ook denken aan flextensieconstructies en het werken met behoud van uitkering. Dit zijn de schattingen van de FNV. Het gaat alleen al bij werken met behoud van uitkering om ongeveer 20 duizend arbeidsplaatsen (voltijdse werkweek). Maar aangezien de mensen gemiddeld 20 uur per week werken, gaat het om minstens 40.000 bijstandsgerechtigden. Als je rekent dat de tewerkstelling gemiddeld een half jaar duurt, gaat het om 80.000 bijstandsgerechtigden die korter of langer durend met behoud van uitkering werken gerekend over een heel jaar van de 400.000 die er in Nederland zijn.

De FNV komt tot deze schatting op basis van CBS gegevens dat er 160 duizend voorzieningen zijn afgegeven in 2016. Helaas houd het CBS niet bij wat een voorziening precies is maar als de helft met werk te maken heeft dan blijven 80 duizend over. Gemiddeld 20 upw dus halve werkweek. Is 40 duizend. 6 maanden gemiddeld dus 20 duizend arbeidsplaatsen per jaar.

Ik denk dat deze effecten van experimenten zoals in Amsterdam en in het verlengde daarvan misschien de invoering van een partieel basisinkomen moeten worden onderzocht.

Piet van der Lende
>

Donut D day in de Keizersgracht kerk

Op zaterdag 15 september 2018 werd in een overvolle Keizersgracht kerk in Amsterdam ‘Donut D Day’ georganiseerd. Ik schat dat er wel tussen de 200 en 300 mensen aanwezig waren. “Donut D-day’ is bedoeld als een dag van reflexie op de huidige maatschappij en de mogelijkheden voor samenwerking van verschillende sociale bewegingen.

Van de dag heb ik verschillende verslagen gemaakt. Die zijn hier te vinden

De Donut economie

Harro van Boven van D’66 over het basisinkomen

Initiatieven om de wereld te veranderen

Nog meer initiatieven om de wereld te veranderen.

Anne Knol van Milieudefensie en de dilemma’s van een campagneleider

Klaas van Egmond en de problemen van het geldsysteem

De evolutionaire visie van Herman Wijffels

Evaluatie van mijn hand van de dag.

De Donut economie

Op zaterdag 15 september 2018 werd in een overvolle Keizersgracht kerk in Amsterdam ‘Donut D Day’ georganiseerd. Ik schat dat er wel tussen de 200 en 300 mensen aanwezig waren. “Donut D-day’ is bedoeld als een dag van reflexie op de huidige maatschappij en de mogelijkheden voor samenwerking van verschillende sociale bewegingen. De Donut of Dougnut als symbool voor de ideale maatschappij is bedacht door Kate Raworth. In 2017 kwam haar boek ‘Doughnut Economics’ uit. Naar analogie van de ronde zoete donut die je kunt eten is de wereld waarin we leven in drie cirkels verdeeld: in de binnenste cirkel, de “social foundation’ vinden we de rechtvaardige maatschappij, met o.a. voedsel, water, energie, gezondheid, onderwijs, werk en inkomen voor iedereen. Deze dingen moeten geproduceerd worden in een circulaire en regeneratieve en verdelende economie, in de ruimte die de aarde beschikbaar heeft. Dit is de tweede cirkel. In onze tijd is er nog een derde cirkel, daaromheen, waarbij roofbouw wordt gepleegd op de aarde. Met als gevolg milieurampen, klimaatverandering, vernietiging van ecologische diversiteit, etc. Zaak is, binnen de tweede cirkel te blijven en toch in de binnenste ring een rechtvaardige maatschappij te bereiken. Die tweede cirkel mag geen uitstulpingen kennen, want dat leidt tot milieurampen. Maar ernaar streven om een uitstulping naar buiten te voorkomen mag er ook niet toe leiden, dat vanuit de tweede cirkel naar binnen toe de rechtvaardige maatschappij qua inkomen en andere waarden en voorzieningen onder druk komt te staan. (De uitstulping naar buiten als het ware vervangen door een uitstulping naar binnen.) Op de dag kwam naar voren, dat vooral de angst van veel mensen voor die uitstulping naar binnen hen ervan weerhoudt steun te geven aan de noodzakelijke veranderingen.

Het was een informatieve dag, waarbij de stand van zaken in de beweging voor een alternatief voor het huidige kapitalistisch systeem in Nederland goed naar voren kwam. De dag werd georganiseerd door Katy Olivia van Tergouw van de beweging tegen ecocide (totale vernietiging van grote delen van de aarde te bestrijden door ecocide internationaal strafbaar te stellen) (www.ikbenaardebeschermer.nl), Alexander de Roo van de Vereniging basisinkomen (basisinkomen.nl), Marielle Cornielje van de Burgerbeweging (deburgerbeweging.nl), Conny Bergé van de beweging voor een ander financieel systeem (onsgeld.nu) en Johan Luijendijk (basisinkomen2018.nl) een politieke lobbygroep voor een specifieke variant van het basisinkomen.

Op de dag stonden eigenlijk twee discussie items centraal.

1. Het huidige kapitalistisch economisch stelsel is onhoudbaar. Het gaat ten koste van de aarde en veroorzaakt ecologische rampen. De eindige energie bronnen (fossiele brandstoffen) raken op. Het financiële systeem kan ieder ogenblik instorten. In dit kader waren er discussiebijdragen van mensen, die wilden vasthouden aan de markteconomie en het kapitalisme meer of minder wilden hervormen tot meer radicale geluiden die een geheel ander systeem wilden.

2. Als we een andere maatschappij willen, hoe kunnen we dat dan bereiken? Er werd een keur aan initiatieven gepresenteerd, van zeer concreet en praktisch tot meer abstract, die allen probeerden te bereiken dat mensen het heft in eigen handen nemen en in het kader van samenwerking met anderen nu al die andere maatschappij vorm proberen te geven. Een belangrijk gespreksonderwerp was daarbij het basisinkomen.

De twee items liepen een beetje door elkaar gedurende de dag, maar steeds kwamen verschillen van inzicht hoe om te gaan met de ‘markteconomie’ naar voren.

Ad1. Wat betreft de analyse van het kapitalistisch economisch systeem begon de dag met een videoboodschap van Kate Raworth. Haar bijdrage kun je zien op de website van Donut D-Day: http://donutdday.nl/.

Van de dag heb ik verschillende verslagen gemaakt. Die zijn hier te vinden

De Donut economie

Harro van Boven van D’66 over het basisinkomen

Initiatieven om de wereld te veranderen

Nog meer initiatieven om de wereld te veranderen.

Anne Knol van Milieudefensie en de dilemma’s van een campagneleider

Klaas van Egmond en de problemen van het geldsysteem

De evolutionaire visie van Herman Wijffels

Evaluatie van mijn hand van de dag.

Harro Boven van D ’66 over het basisinkomen

Op zaterdag 15 september 2018 werd in een overvolle Keizersgrachtkerk in Amsterdam ‘Donut D Day’ georganiseerd. Ik schat dat er wel tussen de 200 en 300 mensen aanwezig waren. “Donut D-day’ is bedoeld als een dag van reflexie op de huidige maatschappij en de mogelijkheden voor samenwerking van verschillende sociale bewegingen.

De dag begon met een pleidooi voor een basisinkomen door Harro Boven. Hij is mede-initiatiefnemer van het plan ‘Moedig Voorwaarts’ van de Jonge Democraten. (jongerenpartij van D’66) waarin een variant van het basisinkomen wordt gepromoot. Dat basisinkomen is een financieel volledig gedekt plan dat aan alle armoede in Nederland een einde zou maken. Over een plan om een basisinkomen in te voeren voor 55 plussers gepromoot door het consumentenprogramma Radar en AVRO/TROS hield hij een betoog dat op internet te vinden is. Voor dat basisinkomen werd een petitie gehouden. https://www.youtube.com/watch?v=TKKveuOPHQQ

De hoogte van het basisinkomen waar de Jonge Democraten voor pleiten is tegen het huidige sociale minimum aan, want anders zou met het geld van de huidige voorwaardelijke sociale zekerheid het plan niet financierbaar zijn. Wat dat sociale minimum betreft gaan de Jonge Democraten uit van de armoede definitie van het Sociaal Cultureel Planbureau. Zij gaan daar iets boven zitten waarbij je uitkomt op variërende per huishoudtype een minimumbasisinkomen van 1200 tot 1500 euro. De Jonge Democraten verdelen dit bedrag dan vervolgens weer in 600 euro onvoorwaardelijk en 600 euro voorwaardelijk, waarbij de hoogte is gekoppeld aan hoe je huishouden in elkaar zit en de hoogte van de huur die je betaalt. Een alleenstaande krijgt 600 euro onvoorwaardelijk plus 600 euro in een persoonlijk gedeelte is 1200 euro.

Maar Harro Boven begint zijn analyse met de huidige sociale zekerheid. Het activerend arbeidsmarktbeleid zou 6,5 miljard euro per jaar kosten, en een meta studie van het Centraal Plan Bureau uit 2016 toont aan, dat de effecten van dat beleid zeer gering zijn. Ook een Europese meta studie uit 2008 toont aan dat de effecten gering zijn.

Nu zijn er tegenstanders van het basisinkomen die allerlei bezwaren naar voren halen.

Eerste bezwaar: we krijgen een gigantische inflatie waarbij het geld veel minder waard wordt als je iedereen zomaar geld geeft. Maar het plan van de Jonge Democraten gaat uit van een geheel fiscale financiering en dan heb je dat probleem niet. De Jonge Democraten willen het recht op een basisinkomen koppelen aan het Nederlands paspoort. Dus alleen mensen met de Nederlandse nationaliteit hebben er recht op.

Een volgende bezwaar is, dat de invoering van een basisinkomen zo’n grote verandering is, dat het en chaos wordt. Om dit te voorkomen willen de Jonge Democraten een invoeringstermijn van 5 jaar. De invoering wordt als het ware in stukken gehakt, zodat geleidelijk aan steeds meer mensen er recht op krijgen.

Een ander tegenargument is, dat bij de invoering van een basisinkomen iedereen ophoudt met werken. Onderzoekingen wijzen uit, dat gemiddeld maximaal 5% van de mensen ophoudt met werken. Een basisinkomen stimuleert echter juist om te gaan werken, want nu moet je bv als je in de bijstand zit het meeste van wat je bijverdient inleveren. Bij een basisinkomen gaat werken meer lonen, want het salaris komt bovenop het basisinkomen. Ook heb je het zogenaamde 80-80 effect. In enquêtes geven 80% van de mensen als hun mening aan, dat anderen bij de invoering niet meer gaan werken. Maar aan de andere kant wanneer gevraagd wordt of je zelf blijft werken, geeft 80% aan dat wel te blijven doen.

Hoe ziet de dekking van het plan van de Jonge Democraten eruit? Het basisinkomen wordt uitbetaald middels een negatieve inkomstenbelasting. Het plan van de Democraten kost 164 miljard euro. 120 miljard dus 70% komt uit dingen die we kunnen afschaffen. Dan blijft 30-40 miljard over om te financieren. 14 miljard moet volgens de Jonge Democraten komen uit een vermogensbelasting waarbij het eigen huis meegeteld wordt bij het vermogen. Ook 14 miljard komt uit milieuheffingen, zoals het verhogen van de diesel en benzineprijzen en het invoeren van een erfbelasting. In het plan blijven de ziekte en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen bestaan.

Dan iets over de politieke haalbaarheid. Uit enquêtes o.a. van de ING blijkt, dat 30-40% van de bevolking ervoor is. In de Europese Unie als geheel is dit zelfs 62%. Is het plan van de Jonge Democraten sociaal, links of liberaal? De voorstanders van het basisinkomen zijn te vinden in het gehele politieke spectrum. Milton Friedman, de beroemde Amerikaanse econoom, was er ook voor. De politieke kleur komt tot uiting in het bepalen van de hoogte van het basisinkomen, heeft geen betrekking op het principe. Het voordeel van een basisinkomen is, dat er een einde kan komen aan de armoede, en dat werknemers een andere, sterkere positie krijgen. Liberale voorstanders van een basisinkomen zien een vermindering van de bureaucratie, dat werk moet lonen en een meer flexibele arbeidsmarkt mogelijk is. Linkse voorstanders van een basisinkomen zeggen bijvoorbeeld dat mantelzorg beter mogelijk is.

In de reacties op zijn inleiding werd o.a. gezegd, dat wat betreft de haalbaarheid een basisinkomen ook haalbaar is omdat er een politieke consensus voor te krijgen is; het basisinkomen kan worden ingevoerd zonder ingrijpende maatschappelijke en politieke veranderingen. Verder was er discussie over de koppeling van het Nederlandse paspoort aan het basisinkomen. Is dit niet in strijd met Europese regels?

Van de dag heb ik verschillende verslagen gemaakt. Die zijn hier te vinden

De Donut economie

Harro van Boven van D’66 over het basisinkomen

Initiatieven om de wereld te veranderen

Nog meer initiatieven om de wereld te veranderen.

Anne Knol van Milieudefensie en de dilemma’s van een campagneleider

Klaas van Egmond en de problemen van het geldsysteem

De evolutionaire visie van Herman Wijffels

Evaluatie van mijn hand van de dag.

Initiatieven om de wereld te veranderen op Donut D Day

Op zaterdag 15 september 2018 werd in een overvolle Keizersgrachtkerk in Amsterdam ‘Donut D Day’ georganiseerd. Ik schat dat er wel tussen de 200 en 300 mensen aanwezig waren. “Donut D-day’ is bedoeld als een dag van reflexie op de huidige maatschappij en de mogelijkheden voor samenwerking van verschillende sociale bewegingen.

Telkens wanneer een inleiding werd gehouden, waren er daarna 5 personen die kort hun mening mochten geven over een bepaald project waarmee zij bezig waren om de wereld te veranderen. Na de inleiding van Harro Boven waren er de volgende presentaties.

De toekomst stoel

Jan Terlouw heeft gediscussieerd met jonge ondernemers over hoe de transitie naar een duurzame economie vorm kan krijgen. Daarbij kwam naar voren dat wij vaak een sociaal-maatschappelijk bepaalde blokkade hebben om te veranderen, steeds brengen we onze bezwaren naar voren. Of vergeten we de doelstelling van een duurzame economie in de flow van de dag bij het bepalen van het beleid. Hoe brengen we een discussie over en het nemen van beslissingen over noodzakelijke keuzes dichterbij. Jan Terlouw bedacht toen de ‘toekomststoel’. Bij alle vergaderingen van bestuurders, ambtenaren en ondernemers moet een lege stoel aangeschoven worden, de ‘toekomst stoel’. Zo worden wij er voortdurend aan herinnert dat we moeten streven naar duurzaamheid. Men is nu een actie gestart om ook in de Tweede Kamer zo’n lege toekomst stoel te krijgen, de 151ste zetel. Men is een petitie gestart om dat te realiseren. Van de website van het initiatief: ‘Lizzy Butink (a.s.r. Vastgoed Vermogensbeheer), Marianne Davidson (VolkerWessels Vastgoed), Pamela Logjes (Dutch Green Building Council) en Yvette Watson (PHI Factory), allen zeer gepassioneerd voor een duurzame wereld van morgen, dagen samen met Jan Terlouw iedereen uit om de toekomst letterlijk een stoel te geven. Hiermee willen ze een beweging in gang zetten om de noodzaak van een duurzame toekomst iedere dag weer onder de aandacht te brengen’. http://www.toekomststoel.nl/

In een tweede pitch begon iemand over de zogenaamde Me-We world. Dat is een wereld, waarin niets anders dan de Donut economie kan functioneren. De pitcher presenteerde een spel om te leren hoe de wereld te veranderen. Maar de website die hij noemde http://megagame.com verwijst niet naar iets wat ik begrijp.

Follow the Money

In een derde pitch mocht Thomas Bollen van het journalistiek project ‘Follw the Money’ wat vertellen over het project. Follw the Money, de naam zegt het al, volgt de sporen van geld in onze maatschappij. En kaarten misstanden aan. Daarna gaan ze met de lezers in gesprek over patronen die achter deze misstanden zitten. Daarbij stuiten de journalisten van Follow the Money op de onverzettelijkheid van economen, doe doen alsof hun economische denkbeelden natuurwetten zijn. Daarom heeft Follow the Moneuy het project ‘economische religie’ opgezet en je krijgt 5 artikelen uit dat dossier gratis opgestuurd wanneer je een proefabonnement op Follow the Money neemt. De website zit in principe achter een betaalmuur, maar ik sprak in een pauze Thomas Bollen en die legde uit, dat ze in het project soepel met die betaalmuur omgaan. Zo kun je hen volgen op Twitter en de artikelen waaraan daar gelinkt wordt kun je gratis lezen, en als je je abonneert op de nieuwsbrief krijg je ook gratis artikelen toegestuurd. ‘Als een gedeelte maar betaalt om het te financieren, dan zijn we tevreden’ aldus Bollen.

De Turn Club

In een volgende pitch ging het over de ‘turn’ naar een duurzame economie. Gedurende de dag leveren Kunstenaars Egon Kracht, Noortje Braat en Merlijn Twaalfhoven een bijdrage op de thematiek : Egon en Noortje speelden muziek uit hun voorstelling Het zal eens Tijd worden!, Merlijn nodigt vanuit (The Turn Club ) uit tot een persoonlijk commitment van de aanwezigen. De Turn Club is een groep kunstenaars, die de wereld wil veranderen. Van de website van de Turn Club: de grote maatschappelijke vraagstukken van vandaag vragen om een kunstenaars-mindset: het vermogen om te bevragen met een open geest, schoonheid te zien, een toekomst te verbeelden, te verwarren, te experimenteren en te spelen. Kunstenaars zijn in staat om inspirerende visioenen te scheppen, een beeld van de toekomst te vormen en zo – achter de direct zichtbare horizon – een weg vooruit te zien. Een van de liedjes die werd gezongen ging over de generatie van ‘68. Waar waren die bij de grote omwentelingen die o.a. Klaas van Egmond noemde. Het lied was een dialoog tussen een vertegenwoordiger van de generatie van ‘68 en de activisten en wereldverbeteraars nu. De generatie van ‘68 zegt, wat jullie doen hebben wij allemaal al gedaan, het helpt toch niet, alles gaat door, ze kijken met een enigszins meewarige blik naar al die initiatieven van nu. Dat werkt demotiverend. Vanuit de zaal reageerde een activist op het lied. ‘OKÉ, jullie hebben de voorzet gegeven, wij koppen hem in’.

In een laatste pitch voor de pauze mocht Michiel van Hulten, die zich presenteerde als ‘ex-staatssecretaris in het kabinet Den Uyl’ pleiten voor gratis openbaar vervoer.

Van de dag heb ik verschillende verslagen gemaakt. Die zijn hier te vinden

De Donut economie

Harro van Boven van D’66 over het basisinkomen

Initiatieven om de wereld te veranderen

Nog meer initiatieven om de wereld te veranderen.

Anne Knol van Milieudefensie en de dilemma’s van een campagneleider

Klaas van Egmond en de problemen van het geldsysteem

De evolutionaire visie van Herman Wijffels

Evaluatie van mijn hand van de dag.

Een veelheid aan initiatieven gepresenteerd op Donut D day

Op zaterdag 15 september 2018 werd in een overvolle Keizersgrachtkerk in Amsterdam ‘Donut D Day’ georganiseerd. Ik schat dat er wel tussen de 200 en 300 mensen aanwezig waren. “Donut D-day’ is bedoeld als een dag van reflexie op de huidige maatschappij en de mogelijkheden voor samenwerking van verschillende sociale bewegingen.

Na de inleiding van Anne Knol van Milieudefensie waren er weer een aantal korte presentaties.

Ecocide

Iemand stelde de ecocide aan de orde. Ecocide is de grootschalige beschadiging, de vernietiging of het verlies van ecosystemen van een bepaald gebied, hetzij door menselijk toedoen of door andere redeenn, en wel in een zodanige mate dat het vreedzaam gebruik van dit gebied door de inwoners ernstig verminderd is of zal worden. Voorbeelden van ecocide zijn teerzandwinning, schaliegaswinning (fracking), olielekken (denk aan de Niger Delta en de ramp van BP in de Golf van Mexico), grootschalige ontbossing van de Amazone en het Indonesisch regenwoud, het leegvissen van de zeeën, de ramp met de Fukushima kernreactor, het dumpen van chemisch afval, GMO’s en menselijk veroorzaakte klimaatverandering. Maar denk ook aan zaken die dichter bij huis liggen zoals het grootschalig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen, de bio-industrie en de Groningse gaswinning. Het Internationaal Strafhof vervolgt op dit moment vier internationale misdaden: genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en misdaden van agressie. Het is belangrijk dat ecocide als vijfde internationale misdaad wordt toegevoegd zodat het strafbaar wordt om onze planeet massale schade toe te brengen. Er is nu geen internationale wetgeving die ecocide verbiedt, het mag gewoon. We moeten als strategie een land vinden, daarbij denken we niet aan Nederland want deze regering doet het toch niet, dat bereid is dit in de internationale diplomatie of de Verenigde Naties aan de orde te stellen. Meer informatie op de website www.ikbenaardebeschermer.nl

 

ecologische voetafdruk

Een volgende presentatie ging over de ecologische voetafdruk, die ieder individu heeft. Dit zouden we moeten gaan quoteren of rantsoeenren. Waarbij je ieder jaar minder rantsoen krijgt en creatieve oplossingen moet bedenken om met minder CO2 uitstoot en andere milieuvervuiling te leven. We moeten streven naar ‘footprint justice’. Meer info is te vinden op de website www.voetafdruk.eu

De Werkgroep Voetafdruk Nederland propageert het bovenstaande. Voorzitter is Jan Juffermans , die ook de presentatie hield en die werkte bij De Kleine Aarde. Hij heeft het begrip Voetafdruk in Nederland geïntroduceerd. Bezoek zijn in april 2017 geheel vernieuwde website.

Rentevrije munt

In een volgende bijdrage werd iets verteld over de invoering van een rentevrije munt naast de euro. Jacqueline van Weert van ‘de florijn’ legde uit hoe een situatie van rentevrij krediet kan worden bereikt. Meer informatie is te vinden op http://www.betalenmetflorijn.nl. Volgens deze website is het probleem dat er te weinig geld is, dus maken we ons eigen geld: het Florijn-netwerk biedt bedrijven (en op termijn waarschijnlijk ook consumenten) rentevrij krediet. Dit kan de kapitaalschaarste binnen het midden- en kleinbedrijf oplossen en dus enorme positieve gevolgen voor de reële economie hebben. Florijnen blijven namelijk binnen het netwerk circuleren, terwijl Euro’s in de vorm van rente naar de banken verdwijnen.

Fossielvrije industrie

In een nieuwe bijdrage ging het om het bevorderen van een wereldwijde fossielvrije industrie. De actiegroep richt zich erop, door lobbywerk en acties geld weg te halen uit de industrie die met fossiele brandstoffen werkt, door investeerders over te halen niet meer in die industrieën te investeren. Een voorbeeld is Shell. Ook in het onderwijs moet de propaganda van bv Shell worden tegengegaan. Zo investeren eenrgieproducenten veel in lesmateriaal voor het lager onderwijs, bijvoorbeeld over de voordelen van windmolens. Maar die industrieën hebben een dubbele agenda, ze willen niet omschakelen en doen de huidige situatie zo gunstig mogelijk voorkomen. De scholen moeten een streep zetten door hun partnerschap met Shell. https://fossielvrijonderwijs.nl/

Na de pauze waren er weer enkele korte bijdragen.

Transition Towns

Ook Transition Towns-Nederland, Paul Hendriksen is erbij. Heel veel mensen bouwen lokaal aan het omschakelen naar een mooiere, duurzame samenleving. Aan alternatieven voor schone eenrgie- en voedselproductie, aan een eerlijke en circulaire economie en aan een hechtere relatie tussen mens en natuur. Transitie Nederland brengt het verhaal dat deze initiatieven vertellen in kaart. Ze zijn de Nederlandse tak van het internationale Transition Town Network. Van de website: Transitie Nederland is een landelijk netwerk van groepen actieve burgers die met elkaar samenwerken om hun huis, buurt, dorp of stad minder afhankelijk van (fossiele) eenrgie, meer duurzaam en meer sociaal te maken. De drijfveren zijn de gevolgen van piekolie, klimaatverandering en de noodzaak tot een grondige verandering van onze economie. Zij kunnen en willen niet meer wachten op overheid of bedrijfsleven. Transition Towns bestaan uit groepen enthousiaste burgers in steden, dorpen of buurten, die met elkaar aan de slag zijn om hun manier van wonen, werken en leven minder olie-afhankelijk, meer duurzaam en meer sociaal te maken. Piekolie, klimaatverandering en de hiermee samenhangende economische crises, zijn de belangrijkste drijfveren om in actie te komen. Op deze pagina vind je lokale Transition Town initiatieven: https://www.transitiontowns.nl/lokale-initiatiev…/overzicht/

democratie

Daarna was er een bijdrage van iemand die een andere democratie wilde. Hoe kunnen we de donut economie realiseren? Door een alternatief democratisch model in te voeren. Ze wilde een nieuw soort gemeente, waar alle burgers lid van kunnen worden en dan ontstaat er een soort gemeentevereniging die gaat beslissen over de lokale politiek. Op nationaal niveau verenigen al die gemeenten zich in een nieuw soort Vereniging van Nederlandse Gemeenten, die de nationale politiek bepaalt. En dan op internationaal niveau gaan al die VNG’s uit verschillende landen samen een nieuwe Verenigde Naties vormen. We kunnen gewoon ermee beginnen.

Eerlijk geld

Daarna was er een bijdrage van Hans van Steenbergen van het initiatief ‘eerlijk geld’. Hij was geïnspireerd door de zogenaamde burgerbeweging. In plaats van een staatsbank zoals de Postbank vroeger was en waarvoor gepleit wordt door Klaas van Egmond, pleitte hij voor een nieuwe coöperatieve bank zoals de RABO bank vroeger was. Er moet dan een soort Burgerbank opgericht worden met een ander geldsysteem. Meer informatie kun je vinden op http://www.eerlijkgeld.eu

economisch ontwikkel forum

Vervolgens was er een bijdrage van Peter van der Vliet van het ‘economisch ontwikkel forum’. Hij is trainer/coach en deed met de zaal een soort meditatie. De essentie van het economisch systeem is de verbinding van hoofd, hart en handen. Vanuit een nieuw bewustzijn moet er een nieuwe beweging komen. De mensen in de zaal moesten een toon zingen die ze in gedachten hadden. Daardoor ontstond in de zaal een rondzingende multi-toon, waarin allen zich verbonden voelden. Het economisch Forum gaat dit najaar een tweedaagse ontmoeting organiseren op een locatie in het midden van het land. Meer informatie op https://www.petervandervliet.com/

7 billion presidents

Vervolgens was er een bijdrage van de beweging 7 billion presidents. 7 Billion Presidents wil een basisorganisatie zijn die internationaal is en begon in Amsterdam. De beweging wil bedrijven opbouwen waarbij alle winsten worden besteed om een gelukkiger en gezondere maatschappij te bouwen, waarbij men naar men zegt volgens de website het romantische kapitalisme wil omarmen. Winsten van de producten die verkocht worden worden gebruikt om dochterondernemingen op te richten die eigendom zijn van iedereen op onze planeet. Als consumenten geenreren wij vele winsten. Waarom verenigen wij ons niet om de macht wat dat betreft naar ons toe te trekken. http://7billionpresidents.org/

Van de dag heb ik verschillende verslagen gemaakt. Die zijn hier te vinden

De Donut economie

Harro van Boven van D’66 over het basisinkomen

Initiatieven om de wereld te veranderen

Nog meer initiatieven om de wereld te veranderen.

Anne Knol van Milieudefensie en de dilemma’s van een campagneleider

Klaas van Egmond en de problemen van het geldsysteem

De evolutionaire visie van Herman Wijffels

Evaluatie van mijn hand van de dag.

 

Anne Knol van Milieudefensie en de dilemma’s van een campagneleider

Op zaterdag 15 september 2018 werd in een overvolle Keizersgrachtkerk in Amsterdam ‘Donut D Day’ georganiseerd. Ik schat dat er wel tussen de 200 en 300 mensen aanwezig waren. “Donut D-day’ is bedoeld als een dag van reflexie op de huidige maatschappij en de mogelijkheden voor samenwerking van verschillende sociale bewegingen.

De tweede grote bijdrage was van campagneleider Anne Knol van Milieudefensie. Zij is campagneleider bij die organisatie op het gebied van duurzaam vervoer en gezonde lucht. Ze startte onder andere een rechtszaak tegen de Staat voor gezonde lucht. Eerder werkte ze bij het RIVM. Knol promoveerde aan de Universiteit Utrecht. Zij gaf ons een kijkje in de keuken van Milieudefensie, maar eerst vertelde ze iets over zichzelf. Ze was wetenschappelijk onderzoekster bij het RIVM en schreef wetenschappelijke rapporten, eigenlijk met de illusie, dat er dan dingen op basis van die wetenschappelijke conclusies zou veranderen. Maar de rapporten verdweenn in de la en er gebeurde niets mee. Veel belangrijker waren de politieke emoties, de partijbelangen en een gigantische lobby van machthebbers/kapitalisten. Daarom is ze daarmee gestopt en gaan werken als campagneleider bij Milieudefensie, om daadwerkelijk veranderingen te bewerkstelligen.

Het dilemma van een campagneleider

Ze vertelde eerst dat het verhaal van kapitalisme en marktwerking eigenlijk een geweldig aansprekend verhaal is. Het systeem, de marktwerking, lost problemen vanzelf op. Door de internationale markt van vraag en aanbod, die in evenwichten tenderen, gaan mensen over de hele wereld, die elkaar niet kennen, vele identiteiten en opvattingen hebben, samenwerken om goederen en diensten te produceren en de welvaart en vrede tot stand te brengen. Dat is een verhaal waarmee je als het ware bij de mensen aan kunt komen. Dit ogenschijnlijk onweerlegbare verhaal moet weerlegd worden. Maar dat is noodzakelijkerwijs een ingewikkeld alternatief verhaal, over achtergronden en dieper liggende problemen en oplossingen. En als campagneleider bij Milieudefensie ben je toch ook op zoek naar een verhaal waarmee je aan kunt komen. Daarom hebben wij als campagneleiders de neiging, om het ingewikkelde verhaal van systeemverandering die noodzakelijk is te verpakken in een gemakkelijk campagneverhaal. Maar simpele campagnes vertellen niet het hele verhaal. Dat is een spanningsveld, waarin campagneleiders verkeren.

De vraag is dan: hoe krijgen we mensen mee in ons ingewikkelde verhaal?. Het verhaal van de marktwerking vertoont steeds meer scheuren, mensen snappen dit werkt niet (meer), maar wat dan wel?.

eigenbelang

Essentieel daarbij is het eigenbelang. Mensen moeten inzien, dat verandering in hun eigen belang is anders komen we er niet. We moeten ons dus bij een campagne over bijvoorbeeld verduurzaming afvragen Waar zit je eigen belang? Anne vertelt over haar ervaringen als campagneleidster verkeer en vervoer over de weg. Milieudefensie ging dat onderzoeken, waar zit het eigen belang van de mensen? En de mensen zeiden: ik wil een gezonde lucht, geen uitlaatgassen, het onderwerp dat de mensen het meest raakte was de luchtkwaliteit. We zijn toen de luchtkwaliteit gaan meten. In vele lokale gemeenschappen, en daarmee gingen lokale vertegenwoordigers naar de lokale politiek. Allerlei feiten werden daarbij naar voren gehaald, bijvoorbeeld dat er jaarlijks 12.000 doden vallen door luchtvervuiling. We zijn toen allerlei acties begonnen en hebben (lokale) oplossingen aangedragen. De taak van Milieudefensie in de vele initiatieven met mensen was, dat de krachten werden gebundeld en er ook gelobbyd werd richting Den Haag, de regering en de Haagse politiek. Bovendien hebben we via crowdfunding geld bij elkaar gekregen om een rechtszaak tegen luchtvervuiling te beginnen.

Het algemeen verhaal

Maar ja, dat algemeen verhaal, dat is ook belangrijk. We hebben ontdekt dat veel mensen wel tegen luchtvervuiling in hun straat zijn, maar dat de auto’s dan maar 3 straten verder moeten gaan rijden. Het nastreven van het eigenbelang houdt het gevaar in zich, dat niet gestreefd wordt naar integrale oplossingen.

Dat grote verhaal op het gebied van verkeer en vervoer moeten we ook neerzetten. Het huidige verkeer doet een onevenredig grote aanslag op de publieke ruimte, er vallen vele verkeersdoden, en er is vervoersarmoede. Dit betekent, dat mensen met een laag inkomen geen geld hebben om zich over wat langere afstanden te verplaatsen en dat er te weinig faciliteiten zijn om hen hierbij te helpen. Hun mobiliteit is gering. Daarom moeten we het hele systeem ter discussie stellen, het systeem van individueel autobezit en spotgoedkope brandstoffen waarbij snelwegen toch verstopt zitten, ondanks hun grote aantal. Wat we nu doen, is problemen individueel oplossen, symptoombestrijding. We bouwen geluidswallen hier en daar, voeren de elektrische auto in en maken tunnels voor de flora en fauna zodat die van het een naar het andere gebied kan komen, we maken parkeergarages, zodat we in de straat het aantal wat kunnen verminderen en we maken gescheiden rijbanen. Anne is niet tegen al die oplossingen, maar we moeten wel beseffen, dat het symptoombestrijding is. De luchtwachters van Milieudefensie, die lokaal actie voeren en lobbyen moeten ook meer fundamentele oplossingen aandragen, zoals een betaalbaar openbaar vervoer, fietsen, wandelen de ruimte geven.

Sociale component

Ook is het belangrijk dat we- we doen dat steeds meer- als Milieudefensie kijken naar de sociale component: veel mensen met een laag inkomen hebben geen gemotoriseerd voertuig, worden extra getroffen door de milieuvervuiling omdat ze in goedkope huurwoningen langs de snelwegen wonen, en daarom: als er een milieuzone in de stad komt, kan van de lage inkomens de helft de stad niet in, omdat ze -als ze al een auto hebben- ze een ouder exemplaar hebben die niet aan de strenge milieueisen voldoet. Bij hen maar ook bij anderen heerst bij die meer fundamentele veranderingen de angst dat hen iets afgenomen wordt, de auto is nog steeds een heilige koe, de mensen hebben angst iets te verliezen door een beter milieubeleid. Als dingen duurder worden, of niet meer kunnen, is er de angst dat je van alles kwijtraakt, maar het is ook andersom: milieuactivisten gaan duwen aan de binnenkant van de Donut: ze vrezen, dat als al die minima en de mensen in Afrika hetzelfde eenrgieniveau krijgen als de bovenlaag in het westen, dat dan nog meer ecologische rampen gebeuren. Dus zij duwen tegen de binnenkant van de Donut: consuminderen voor de armen. Maar we kunnen geen oplossingen krijgen als we niet aan de twee kanten van de Donut werken: de binnenste cirkel, met voorzieningen, werk, inkomen, gezondheid, onderwijs, etc. in een rechtvaardige verdeling voor iedereen en de buitenste cirkel, niet ten koste van de aarde en haar eindige eenrgiebronnen. Daarom bij Milieudefensie de prioriteit: wat is de sociale kant van het milieubeleid. Zo hebben we onderzocht: bij wie komen de baten van het milieubeleid terecht, ook hier zijn de lusten en lasten ongelijk over de mensen verdeeld. De rijken profiteren met meest van milieusubsidies. Milieudefensie wil maatregelen die de situatie op het gebied van het milieu verbeteren zonder dat de armoede en de kloof tussen arm en rijk worden vergroot. Als dat gebeurt, zal dat de weerstand vergroten omdat de mensen denken dat ze bij die maatregelen veel te verliezen hebben. Anne spreekt tenslotte de hoop uit dat het boek van Kate Raworth een omslag zal bewerkstelligen.

Van de dag heb ik verschillende verslagen gemaakt. Die zijn hier te vinden

De Donut economie

Harro van Boven van D’66 over het basisinkomen

Initiatieven om de wereld te veranderen

Nog meer initiatieven om de wereld te veranderen.

Anne Knol van Milieudefensie en de dilemma’s van een campagneleider

Klaas van Egmond en de problemen van het geldsysteem

De evolutionaire visie van Herman Wijffels

Evaluatie van mijn hand van de dag.