De Metropool Regio Amsterdam (MRA) Op weg naar een diensteneconomie voor de rijken in het tijdperk van de globalisering

De Metropool Regio Amsterdam (MRA)

Op weg naar een diensteneconomie voor de rijken in het tijdperk van de globalisering

Dit artikel heeft twee aanleidingen. De eerste is, dat enige weken geleden een brief van het Amsterdams Bureau voor Onderzoek en Statistiek in de bus rolde. Of ik mee wilde doen aan de jaarlijkse bedrijfsenquête. Aan het eind van de brief werd een staafdiagram opgenomen dat mij intrigeerde. In onderstaande grafiek wordt de ontwikkeling van het aantal personen werkzaam in Amsterdam in beeld gebracht. Deze grafiek riep bij mij vragen op.

Hoe kan het, dat in de Metropool Regio Amsterdam (MRA) na 2007, dus vanaf het begin van de economische crisis, het aantal werkzame personen tamelijk sterk steeg? Zelfs sterker dan in voorgaande jaren?

De tweede aanleiding voor dit artikel is, dat Ewald Engelen in NRC Handelsblad een artikel publiceerde getiteld ‘de lulkoek van de beleidselite’. (1) In dit lezenswaardige artikel wordt naar voren gebracht, dat in de MRA het aantal werkzame personen, werkzaam in de financiële sector, sinds 2001 met 15% is gedaald. In het vermogensbeheer zijn 4000 banen verdweenn. Bij de banken 3000 banen. En in de effectenhandel werken nog maar 2500 mensen. Dat maakte bovenstaande grafiek voor mij nog merkwaardiger. Blijkbaar zijn er in de MRA de laatste tien jaar belangrijke verschuivingen aan de gang in de economische structuur en wellicht in de arbeidsrelaties. Hieronder wat overwegingen wat dat betreft zonder de pretentie te hebben, daar een volledige analyse van te kunnen geven in het kader van dit artikel.

tegenstelling arm en Rijk

Nergens in Nederland zijn de tegenstellingen tussen arm en rijk zo groot als in de MRA. Niet alleen in de stad Amsterdam zelf zijn de tegenstellingen groot, ook tussen de stad en de omliggende gebieden, waar in sommige villawijken de miljonairs bij elkaar wonen, zoals in Bloemendaal. In de MRA zijn de inkomens minder gelijk verdeeld dan in Nederland. Zowel het aandeel mensen met een hoger inkomen als het aandeel met een lager

inkomen is groter dan in heel Nederland het geval is. Bovendien is de inkomensongelijkheid

toegenomen tussen 2000 en 2005, zowel in Nederland als in de MRA. De toename was iets sterker in de MRA dan gemiddeld in Nederland.

Het rapport Metropool Regio Amsterdam 2008 Arm en Rijk in beeld geeft een verklaring voor deze ontwikkeling. (2)

Er is een clustering van kennisintensieve werkgelegenheid, gecombineerd met stedelijke armoede Er wonen hele rijke mensen maar er is ook veel sociale woningbouw.

In de stad Amsterdam zijn de tegenstellingen nog groter dan in de MRA.

Vooral de hele lage, maar ook de hele hoge inkomens zijn daar oververtegenwoordigd

Dit zou komen doordat in grote steden als Amsterdam de aanwezigheid van zowel veel stedelijke armoede en werkloosheid (lage inkomens) als kennisintensieve arbeid (hoge

inkomens) sterker is.

Werken voor de rijken

Deze ontwikkeling betekent, dat zich in de ambachtelijke productie van dure goederen en de persoonlijke dienstverlening in de stad een nieuwe economische bedrijvigheid ontwikkelt, waarbij zelfstandigen (ZZP-ers en kleine bedrijven zoals kappers of schoonheidsspecialisten) voor vaak lage inkomsten werken voor de rijken, die hun vele geld uitgeven in de stad. Slechts gedeeltelijk komt deze ontwikkeling in de statistieken tot uitdrukking: vele ‘eenmansbedrijven’ opereren illegaal, bijvoorbeeld werken met behoud van WAO of AOW uitkering, die als basis dient voor de activiteiten. Sommige ZZP-ers wisselen hun activiteiten voor de rijken waarmee geld wordt verdiend af met een tijdelijke bijstandsuitkering. Hoe groot die groep is, die afwisselend in Amsterdam inkomsten uit werk en inkomsten uit WW of bijstand heeft is bij mijn weten nooit onderzocht. Of men heeft een partner met regelmatige inkomsten die voor de regelmaat zorgt. In Amsterdam zijn vele kunstenaars gevestigd, die een opleiding hebben gevolgd waarbij allerlei kennis en vaardigheden zijn aangeleerd die op de bouwmarkt of bij het opknappen van grachtenpanden (restauratiewerkzaamheden) goed van pas komen. Menige kunstenaar verhuurt zich als stukadoor, of specialiseert zich in het restaureren van plafonds met beeldhouwwerk in historische panden. Kortom, velen houden zich bezig met zeer specialistisch werk, voor de ‘bovenkant’ van de markt. Naast deze ambachtelijk specialistische arbeid is er veel ongeschoold werk in de dienstensector. Werkzaamheden in tuinen, huishoudelijke dienst, thuiszorg. Men werkt echter niet alleen voor de rijken of de mensen met een wat hoger inkomen die in de MRA wonen. Door de nabijheid van Schiphol, waar veel toeristen aankomen die een bezoek brengen aan Amsterdam en het fenomeen van ‘een dagje Amsterdam’ van toeristen uit de provincie met een dik pensioen ontwikkelt zich in de MRA een specialistische bedrijvigheid van modewinkels, antiquariaten kunsthandel en galerieën, etc. Veel bezoekers komen af op het gespecialiseerde winkelbestand en de gespecialiseerde dienstverlening.

Booming business en krimp.

Bovenstaande ontwikkeling komt tot uiting in de statistieken. In januari 2010 waren er in de MRA 241.000 bedrijfsvestigingen met 1.087.000 werkzame personen. De MRA valt niet geheel samen met het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam. Vandaar dat in het werkgebied van de Kamer in 2010 157.953 bedrijfsvestigingen waren. De toename ten opzichte van 2000 is 46%. In de sector Financiën zien we inderdaad een daling van 8,5%. Dit sluit aan op de daling van het aantal werkzame personen die Engelen noemt. De trend die Engelen suggereert zou echter ook minder sterk kunnen zijn omdat er bedrijfsverplaatsingen zijn van het centrum van de MRA naar de randgebieden, vooral in de sector Financiën. In de randgebieden groeit de sector Financiën soms nog. Maar de algemeen trend is duidelijk: krimp van de Financiële sector. Er is verder een krimp in de sector Groothandel terwijl in de Industrie het aantal vestigingen gelijk blijft. Een spectaculaire toename zien we in de sector Algemeen Diensten (toename 163%). En in iets mindere mate in de sectoren Adviesdiensten, Facilitaire Diensten en Persoonlijke Dienstverlening, met groeipercentages tussen de 96 en 88%.

Al met al lijken deze cijfers de trend te bevestigen die hierboven werd genoemd. De sectoren in de Algemeen en Persoonlijke Dienstverlening, met zowel zeer specialistische als ongeschoolde arbeid waarvan hiervoor de voorbeelden werden genoemd, nemen sterk toe.

Het aantal werkzame personen in het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam is tussen 2000 en 2010 met 33% toegenomen, vooral in de hierboven genoemde sectoren. Grote groeiers zijn de Algemeen Diensten (toename 138%) en de Adviesdiensten (toename 71%) en Facilitaire Diensten (toename 77%) terwijl in de Persoonlijke Dienstverlening 68% meer mensen werkzaam zijn. De werkgelegenheidsgroei in de Industrie, Bouw, Vervoer en Financiën verloopt negatief.

Wat zijn nu de arbeidsverhoudingen die op deze nieuwe werkgelegenheid van toepassing is? 63% van alle bedrijven in het werkgebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam zijn in 2010 eenmansbedrijven. Daarmee is het aandeel in het totale aantal vestigingen toegenomen ten opzichte van 2000, toen nog 50% van alle bedrijven eenmansbedrijven waren. Dat waren er toen 50.000. Het aantal neemt dus toe met gemiddeld 5000 per jaar in het werkgebied van de Kamer van Koophandel. Overigens worden de cijfers nog duidelijker als je beseft, dat 20% van alle vestigen tweemansbedrijven zijn.

Landelijk gezien is iets meer dan de helft van de kleine ondernemers ZZP-er. (Zelfstandige Zonder Personeel). Vaak gedwongen. Minstens 40% van de ZZP-ers zou landelijk gezien liever in loondienst werken. Het zou te ver voeren, dit hier allemaal uit te werken, maar de toekomst van de ZZP-er is onzeker. Er zijn veel startende eenmansbedrijven en er worden jaarlijks ook weer veel opgeheven. En ook de inkomsten zijn wisselend, terwijl de ZZP-er eventuele sociale zekerheidsarrangementen zelf moet financieren.

Gesteld kan worden dat het aandeel van ZZP-ers in de totale werkgelegenheid nog beperkt is. Tussen de 10 en 15% van het aantal werkzame personen in de MRA gaat door het leven als ZZP-er. Maar hun aantal stijgt snel.

Verschuivingen in de economische structuur

Terug naar het begin van het verhaal. De MRA is nog steeds een belangrijk mondiaal knooppunt in de organisatie van de productie van goederen en diensten. Hierbij valt te denken aan de banken, en andere bedrijven in de financiële sector maar ook aan advocatenkantoren en organisatieadviesbureau, of bureaus op het gebied van vermogensbeheer. Engelen wijst er echter op, dat Amsterdam deze prominente functie in de mondiale productie aan het verliezen is. Deze ontwikkeling wordt in de statistieken gemaskeerd door de opkomst van de diensteenconomie voor de rijken. Mensen die hun geld elders verdieenn, bijvoorbeeld in bedrijven in het buitenland, vestigen zich in het centrum of aan de randen van Amsterdam. Voor hen en voor de rijken uit de provincie en voor een deel van de buitenlandse toeristen is Amsterdam het centrum waar je je geld uitgeeft. De mensen die in deze dienstenindustrie werken doen dat werk vaak onder zeer slechte omstandigheden en voorwaarden met een onzekere toekomst.

Daarmee kom ik tot de volgende analyse waarvan- ik geef het toe- nog veel onderzocht moet worden om het te bevestigen. Blijkbaar versterkt de economische crisis de ontwikkeling in de MRA waarbij zij eenrzijds een kristallisatieregio is waar de rijken hun geld uitgeven en waar anderzijds de functie als knooppunt in de mondiale productie verdwijnt. De stad trekt ondanks de economische crisis in toeenmende mate beiden aan: de rijken, die in de MRA hun geld uitgeven, maar ook arbeidskrachten, die gedwongen zijn door het leven te gaan met de onzekere toekomst als ZZP-er in dienst van de rijken omdat zij elders geen werk meer kunnen vinden. Zo maakt de ontwikkeling van de MRA deel uit van groeiende sociale en economische tegenstellingen tussen groepen mensen op het gebied van inkomen, maar ook tussen regio’s. En groeien nieuwe vormen van de sociale verhoudingen tussen de knecht en de meester. Tegenover de ‘boom’ van de diensteenconomie voor de rijken staat de leegloop, de hoge werkloosheid en het gebrek aan economische activiteiten in andere regio’s.

  1. Ewald Engelen. De lulkoek van de beleidselite. NRC Handelsblad vrijdag 22 juli 2011 pagina 15.

  2. (2). Gemeente Amsterdam. Dienst Onderzoek en Statistiek. Metropoolregio Amsterdam 2008. Arm en Rijk in beeld. Maart 2009.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *