Afschaffing bijstand komt in zicht

De recente berichtgeving over bijstandsgerechtigden die nog harder achter hun broek moeten worden aangezeten, volgt een inmiddels klassiek patroon. De bijstand in de huidige vorm tot 27 jaar wordt al afgeschaft, de algehele afschaffing ervan komt in zicht.

door Piet van der Lende

In 2005 verscheen een nieuw onderzoeksinstituut aan de horizon dat zich bezighoudt met praktische oplossingen voor grote steden door onderzoek, kennisdeling en opleiding. Nicis is het zoveelste instituut, dat populistische praatjes overgiet met een quasi wetenschappelijk sausje als voorbereiding van nieuwe maatregelen in het kader van de neoliberale strafstaat.

Onlangs werd bekend dat het instituut in opdracht van de branchevereniging van sociale diensten, Divosa, onderzoek heeft gedaan naar de activering en bemiddeling naar werk van bijstandsgerechtigden. Volgens het onderzoek onderneemt zeker 30 procent van de sociale diensten van gemeenten niets om langdurig werklozen aan de slag te krijgen.

Terwijl de arbeidsmarkt schreeuwt om personeel worden enkele tienduizenden bijstandsontvangers ongemoeid gelaten. Het gaat vooral om mensen van veertig jaar en ouder, vrouwen, allochtonen en verslaafden. Geschat wordt dat 100.000 uitkeringsgerechtigden behoren tot de groep niet of zeer moeilijk te bemiddelen werklozen. Divosa en Nicis pleiten voor een hardere aanpak.

Snelkookpan

Sinds halverwege jaren ’90 kennen we de, wat ik in navolging van de socioloog Loïc Wacquant de neoliberale strafstaat noem. Sociale voorzieningen worden afgebouwd of geprivatiseerd en er heerst een chronische massawerkloosheid.

De mensen worden in het gareel gehouden door een reeks van disciplinaire en strafmaatregelen, zoals een zich snel uitdijend gevangenissysteem, een zich uitbreidend systeem van taakstraffen, werkverschaffing voor werklozen in een soort strafsysteem dat work first wordt genoemd en de ontwikkeling van een controlemaatschappij met een zich uitbreidend arsenaal aan politieagenten en particuliere bewakers.

Als je je met de neoliberale strafmaatschappij en het controleren en bestraffen van verarmden bezig houdt, ontdek je steeds nieuwe sociale ingenieurs-technieken. Zo propageert Nicis de snelkookpanmethode. Bestuurskundige Albert Jan Kruiter bedacht samen met collega’s deze aanpak. Alle instanties die bezig zijn met probleemgezinnen – maar ook met vroegtijdige schooluitvallers of verslaafden – worden bij elkaar gezet en gaan aan de slag met één concreet geval.

Langzaam wordt hierbij de druk opgevoerd, net als in een snelkookpan. Voortijdig schoolverlaters, drugsverslaafden of multiprobleemgezinnen worden opgezocht en geïnterviewd. De snelkookpansessie, waar alle betrokken partijen voor uitgenodigd worden van uitvoerder, tot beleidsmaker tot bestuurder, begint met het perspectief van de eindgebruiker. Vervolgens gaat het ventiel eraf en ontstaat er een oplossing. Er is no way out. Wegvluchten in wetten, structuren, geldstromen en instituties helpt de eindgebruiker immers niet.

Deze aanpak roept bij mij de nodige vragen op. Kan de wethouder van een middelgrote stad zich over ieder ‘probleemgezin’ buigen? En wie coördineert eigenlijk het geheel en wie voert de begeleiding uit op langere termijn? Want met een eenmalig ingrijpen gedurende een korte periode kom je er niet. En staan er tegenover één ‘probleemgezin’ dat zo behandeld wordt geen twee nieuwe waar niets aan gedaan wordt.

Acclematiseringszone

De recente berichtgeving over bijstandsgerechtigden die nog harder achter hun broek moeten worden aangezeten, volgt een inmiddels klassiek patroon. De top van een uitvoeringsorganisatie, in dit geval de vereniging van directeuren van sociale diensten Divosa, geeft opdracht aan een onderzoeksinstituut. Die komen met schokkende conclusies.

Kort door de bocht gezegd: er groeit een onderklasse, die zich te buiten gaat aan slempen, desintegratie, analfabetisme door eigen schuld (schooluitval), spontane opstanden, schulden, islamisering en andere te veroordelen gedragingen die in strijd zijn met de westerse normen en waarden, hetgeen streng moet worden aangepakt. Hierbij worden meestal de gevolgen van het neoliberale overheidsbeleid en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke omstandigheden (massawerkloosheid) buiten beschouwing gelaten.

Vervolgens komt dit uitgebreid in de publiciteit, reageren vooral rechtspopulistische figuren met ingezonden brieven, bijdragen op internet, etc. en stellen Kamerleden of gemeenteraadsleden vragen over het onderzoek. Maar de uitvoerende instantie bepleit bij een nieuwe aanpak niet direct voor algemene maatregelen of voor rigoureuze invoering in één keer, men vermijdt de discussie op nationaal of lokaal niveau met alle betrokken partijen voort te zetten.

Daarentegen pleit men voor een ‘pilot-project’, een experiment van beperkte opzet, of voor beperkte maatregelen om te kijken of de nieuwe methode succesvol is. Want bij een voortgaande discussie in de publiciteit waar iedereen bij betrokken is bestaat de kans dat nieuwe strenge maatregelen er toch niet komen. De vakbonden gaan misschien dwars liggen, de betrokkenen zelf komen in actie, etc. Vandaar een ogenschijnlijk op zichzelf staand experiment.

Na enige tijd brengen de uitvoerders dan naar buiten dat het experiment succesvol is en dat het moet worden uitgebreid. Deze uitbreiding noemt men ‘acclematiseringszones’ waar de nieuwe maatregelen in de praktijk worden gebracht. Tot de geesten rijp zijn voor een landelijke of lokale invoering.
Lobbymethode

Dit is de afgelopen tien jaar bewust beleid geweest. Reeds in 1998 was ik op een congres georganiseerd door het toen nog bestaande onderzoeksinstituut Nijfer van Eduard Bomhof, die later nog minister voor de LPF zou worden, waar men deze uit Amerika overgenomen invoeringsmethoden uitgebreid uit de doeken deed en duidelijk maakte dat men bij de work first-methode en andere maatregelen van wat men het ‘Wisconsinmodel’ noemde eerst enkele geïsoleerde experimenten moest opzetten en dan langzaam uitbreiden.

Dat is gebeurd. In Amsterdam zijn twee van dergelijke experimenten opgezet en de stad ging net als Rotterdam daarna functioneren als acclematiseringszone voor het uitbreiden naar andere regio’s. Het heeft ertoe geleid dat work first-methoden nu tien jaar later in vrijwel alle gemeenten worden toegepast. Deze lobbymethode om de geesten rijp te maken voor de nieuwe strengere aanpak wordt ook beschreven in het boek Straf de armen van Loïc Wacquant, die deze ontwikkeling in Amerika beschrijft.

Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris zal reageren op vragen van Kamerleden naar aanleiding van het onderzoek van Nicis. De VVD pleit voor een generieke werkplicht voor bijstandsgerechtigden zonder uitzonderingen in reactie op het onderzoek en het CDA wil ook die kant op. Misschien kondigt de staatssecretaris aan dat hij met een experiment op dat gebied komt.

Maar nu, tien jaar na de invoering van de eerste principes van het Amerikaanse workfare-model op bescheiden schaal, kan het ook sneller gaan. De bijstand in de huidige vorm tot 27 jaar wordt al afgeschaft, de algehele afschaffing ervan komt in zicht. En dat zonder noemenswaardig verzet van de vakbonden.