Derde Kamer wil verdere democratisering

Derde Kamer wil verdere democratisering.

Ecologische crisis, corruptie, massawerkloosheid, oorlogen, toenemende armoede in de wereld. Politici in het centrum van de macht hebben nauwelijks een antwoord op de toenemende problemen. Daarom is het belangrijk, dat alle burgers op basis van gelijkwaardigheid kunnen deelnemen aan het debat, zodat alternatieven goed worden afgewogen. Verdere democratisering van de politieke verhoudingen is een eerste voorwaarde voor het vinden van toekomstgerichte oplossingen. De Derde Kamer, een niet partijgebonden initiatief van burgers, actief in verschillende sociale bewegingen, wil die democratisering bevorderen en door een open debat alternatieven formuleren voor het falend overheidsbeleid.

De burgers worden dagelijks met dat falend overheidsbeleid geconfronteerd. Zij merken, dat ze ontslagen worden en niet meer aan de bak komen, omdat er een voortdurende massawerkloosheid heerst; plotseling zien zij naast of zelfs op hun volkstuintje een vuilstortplaats, waar chemische troep wordt gedumpt die doorlekt naar het grondwater; uitkeringsgerechtigden en mensen met een minimumloon zien door de bezuinigingen hun inkomen dalen en kunnen niet meer rond komen. Ze zien dat de politiek machteloos staat tegenover de burgeroorlogen en de armoede in de wereld, terwijl de wapenhandel vanuit West-Europa gewoon doorgaat.

De burgers worden niet alleen geconfronteerd met de machteloosheid van de professionele bestuurders. Grote verhalen en ideologieën hebben afgedaan. De mensen zijn ontnuchterd omdat in Oost-Europa, de Derde Wereld en in de eigen omgeving solidariteitsidealen schipbreuk hebben geleden. Veel burgers beseffen echter, dat we in een tijd leven, waarin zich ingrijpende maatschappelijke veranderingen voltrekken. Veranderingen in de organisatie van het productieproces en in de politieke en economische krachtsverhoudingen in de wereld. Men beseft echter ook, dat de nieuwe ontwikkelingen problemen met zich meebrengen die ons meer dan ooit boven het hoofd dreigen te groeien. Nooit tevoren was de natuur zo vervuilt, nooit tevoren nam de armoede in de wereld zulke grote vormen aan. Veel mensen voelen zich onzeker, weten niet hoe ze moeten reageren.

In feite kunnen we in deze situatie twee reactievormen onderscheiden: sommige burgers streven alleen nog hun eigenbelang na, denken daar in de eerste plaats aan, de rest kan hen niks schelen. Ze stemmen op politieke partijen, waarvan ze denken, dat die hun specifieke individuele belangen het beste zullen verdedigen. Andere burgers blijven in verzet komen tegen bovengenoemde ontwikkelingen. Maar vaak niet meer vanuit massaorganisaties met hun traditionele organisatiestructuren. De burgers demonstreren nog wel, schrijven ingezonden brieven, stellen vragen op bijeenkomsten van politieke partijen, beginnen juridische procedures, tot aan de Raad van State, maar vaak met de moed der wanhoop.

bureaucratie

In feite ontdekken de burgers bij hun protesten tegen bepaalde aspecten van het overheidsbeleid dat de bureaucratie steeds meer toeenemt. De staat trekt zich wel terug waar het gaat om de investeringsbeslissingen van ondernemers. Zij streeft naar deregulering, het terugtrekken van aandelen in productiesectoren en een aanpassing van de investeringen aan wat de markt vraagt. Maar anderzijds komt er juist steeds meer overheidsbureaucratie en overheidsingrijpen. Ondernemers vragen dat ook: toeenmende bemoeienis van de overheid met investeringen op het gebied van de infrastructuur, van het onderwijs en bij controle op het leven van de burger. Het is een illusie te denken, dat “meer markt minder staat” per definitie betekent: minder bureaucratie.

Als in zo’n bureaucratie eenmaal een beslissing is genomen kan die niet meer worden teruggedraaid. Die vuilstortplaats komt op een bepaalde plaats en nergens anders, al dragen groepen burgers onweerlegbare argumenten aan voor een betere, veiliger plaats. Overheidsinvesteringen in een bepaald project kunnen niet worden veranderd, ook al dragen burgers sterke argumenten aan voor een betere aanwending van het geld.

Een slinkende groep burgers gaat door met juridische loopgravengevechten tegen beslissingen, die ooit ergens in de overheidsbureaucratie zijn genomen. Anderen gaan zoeken naar meer individuele oplossingen; Je kunt beter een beetje de hand lichten met de regels die de overheid opstelt en je eigen gang gaan. Hoe reageren de politici en de bureaucratie hier weer op? Kort gezegd met meer controle en meer bureaucratie en de roep om een herstel van christelijke normen en waarden. Bolkestein en Hirsch Ballin zijn voorbeelden van het laatste. De burgers blijven die waarden en normen echter ervaren als van buitenaf opgelegd, omdat ze het gevoel hebben, dat ondanks hun pogingen invloed uit te oefeenn, hun stem, hun mening in het overheidsbeleid niet wordt gehoord. De Duitse schrijver Enzensberger omschrijft de huidige situatie als een “moleculaire burgeroorlog”, zijn collega Habermas spreekt over pogingen vanuit de overheid tot kolonisering van de dagelijkse leefwereld van mensen, waartegen men zich voortdurend verzet.

politiek

Politieke bestuurders gaan zich steeds meer gedragen als de deskundige, gespecialiseerde leiding van grote bureaucratieën waar de lobby van specifieke ondernemers groepen een grote invloed heeft. Een voorbeeld. Twee economen onderzochten de rapporten, waaruit de conclusie werd getrokken dat een verdubbeling van de passagierscapaciteit van Schiphol noodzakelijk was. Hierover schreven zij een artikel in Economisch Statistische Berichten. Hun conclusie was, dat een zorgvuldige en economisch gefundeerde analyse van kosten en baten ontbreekt. Alleen bij een zeer grote economische groei leveren de investeringen meer op dan de kosten. De toename van de werkgelegenheid is gering. Op basis van de modellen van het CPB komen zij tot de conclusie, dat de 31 miljard gulden voor de uitbreiding van Schiphol beter gebruikt kan worden voor verlaging van premies en belastingen. Dat levert meer werkgelegenheid op. Even afgezien van de vraag of die CPB modellen wel kloppen, de economen toonden aan, dat er andere overheidsinvesteringen denkbaar zijn die heel wat meer rendement en werk opleveren dan de investeringen in Schiphol. En dit nog afgezien van de gigantische milieuproblemen die door de uitbreiding ontstaan. In het Parool van 16 maart wordt staatssecretaris van Rooij geciteerd, die tijdens een toespraak op een studiedag op het artikel reageerde. Uit die reactie blijkt, dat ze het artikel slecht heeft gelezen. Haar eerste argument was, dat twee derde deel van de investeringen uit het bedrijfsleven komt. De overheid hoeft dat niet te financieren. De economen hadden in hun artikel nu juist aangetoond dat het op het eerste gezicht wel lijkt alsof het bedrijfsleven het meeste betaalt, maar dat de overheid langs een omweg toch voor de kosten van de uitbreiding van Schiphol opdraait. Het tweede argument van van Rooij was ook sterk. Ze zei: “Zeker 15 miljard gulden zou ook zonder de uitbreiding van Schiphol sowieso worden geïnvesteerd in de infrastructuur”. Hoezo?. Moeten we niet eerst vaststellen waaraan we geld willen uitgeven voor we het uitgeven? Hoe vaak wordt dit argument in bureaucratieën gebruikt? Bij de begroting is vastgesteld, dat we zoveel geld mogen uitgeven, dus we geven het ook uit, het geeft niet waaraan.

De vraag gesteld worden waar het bedrijfsleven moet groeien en welke infrastructuur er moet komen. Nou zegt van Rooij, Gegroeid wordt er toch, dus we reserveren daar maar alvast een groot willekeurig bedrag voor, en waar die groei moet komen? Nou bij Schiphol natuurlijk, dat is een strategische investering. Waarom dat zo is, blijft duister. Schiphol lobbyt, de regering beslist dat Schiphol uitgebreid wordt, daar kan niets meer aan worden veranderd, al voeren milieugroepen, economen en omwonenden ook nog zulke goede argumenten aan.

De Derde kamer

Door milieugroepen, migranten en uitkeringsgerechtigden worden vanuit de eigen ervaringswereld kritische vragen gesteld. Is economische groei die bij de leidende elite van bestuurders en hogere beleidsambtenaren heilig is, wel per definitie goed?. Hoe komen we tot een duurzame economie zodat er geen ecologische crisis ontstaat?. Moeten we in het licht van de massawerkloosheid niet anders gaan denken over arbeid en een basisinkomen invoeren?

Het moge duidelijk zijn, dat de kritische vragen van de burgers en hun zoektocht naar andere antwoorden nauwelijks doordringen in de politiek;

Uit onvrede daarmee heeft een groep burgers het initiatief genomen tot het oprichten van een Derde Kamer. Doel is, door samenwerking van mensen uit verschillende sociale bewegingen, een alternatief te ontwikkelen voor de huidige politiek.

Door meer onderlinge discussie kan een grotere samenhang tot standkomen tussen de verschillende problemen die we als prioriteit aanmerken en de uiteenlopende oplossingen die we hiervoor aandragen. Daarbij is het echter belangrijk, dat ook kortere termijn doelen worden gesteld, die passen binnen een verdergaande aanpak van de geschetste problemen. Dat is allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan. De eerste bijeenkomst van de “Derde Kamer is op 23 april in Rotterdam. Daar komen de onderwerpen milieu, migratie, welvaartsstaat en democratie aan de orde. We stellen ons voor die eerste bijeenkomst twee doelen: In de eerste plaats: vanuit het besef van de omvang van de grote maatschappelijke veranderingen die om ons heen plaatsvinden zouden we een impuls willen geven aan de discussie over een toekomstvisie waarin de overeenkomsten tussen de verschillende oppositiegroepen worden versterkt.

In de tweede plaats: de vraag is of een theoretisch antwoord in de vorm van een grote theorie wel te geven is. Daarom is het in de huidige situatie meer dan ooit van belang, dat allen als individu of als belangengroep op basis van gelijkwaardigheid kunnen deelnemen aan het debat over de toekomst van onze maatschappij zodat verschillende argumenten goed kunnen worden afgewogen.

De toeenmende problemen die op ons afkomen maken het vraagstuk van de democratie meer dan ooit van levensbelang; Mensen kunnen als “ervaringsdeskundige” vanuit hun eigen situatie vaak betere antwoorden geven dan de politici en de bureaucraten.

Daarom willen we de inhoudelijke discussie over onze toekomst verbinden met het idee, dat de betrokken burgers zelf, op een radicaaldemocratische manier, de ontwikkeling van een maatschappelijk alternatief ter hand nemen. We zouden buitenparlementaire enquêtes of hoorzittingen kunnen organiseren over bijvoorbeeld bepaalde investeringsbeslissingen van de overheid. Daaraan zouden vertegenwoordigers van verschillende sociale bewegingen moeten deelnemen. Op die manier kan worden vastgesteld, hoe de beslissing tot een miljardeninvestering tot stand is gekomen en welke berekeningen daaraan ten grondslag liggen.

Hopelijk wordt het “Derde Kameren” in de toekomst een begrip, ook op lokaal niveau, waarbij wat Amsterdam betreft de investeringsbeslissingen over de uitbreiding van Schiphol en de nota “Amsterdam naar 2005” onder de loep kunnen worden genomen.

Piet van der Lende

Hier kan het economiedebat als voorbeeld dieenn. De vertegenwoordigers van grote, exportgerichte ondernemingen mochten het woord voeren, maar de vakbeweging stond buitenspel. Wat ook het antwoord moet zijn op de huidige problemen, een ding is mij wel duidelijk: werkelijke oplossingen kunnen nooit tot stand komen wanneer we grote belangengroepen bij voorbaat uitsluiten van de discussie.

Ook wanneer er niet onmiddellijk sprake is van fundamentele kritiek op de hoofdstroom van het overheidsbeleid maar van keuzen in konkrete situaties (waar moet die woonwijk of vuilstortplaats komen?. In welke projecten moet de gemeente investeren?) blijkt dat burgers te maken krijgen met schier ondoordringbare bureaucratieën.

gemeentepolitiek

En de gemeente verwijst weer naar de regering. Hoe vaak hoor je hen niet roepen: “dat is rijksbeleid, daar hebben we geen invloed op”.

En als de gemeentepolitici wel zelf ingrijpende beslissingen kunnen nemen, voeren ze de onderhandelingen in stilte.

Tijdens de onderhandelingen over het nieuwe college van burgemeester en wethouders in Amsterdam constateerde Het Parool, dat die onderhandelingen werden gevoerd in niet-openbare werkgroepen waarbij die onderhandelingen leken op de voorbereiding van een uitstapje, waarbij de gesprekspartners alles doen om het gezellig te houden. Frans Heddema constateerde, dat dit de problemen van Amsterdam niet oplost, maar versluiert. (Zie Het Parool van 25 maart)

Amsterdam kan een grote invloed uitoefeenn op miljardeninvesteringen, die de komende decennia grote gevolgen zullen hebben op de stadsbewoners. In een levende democratie zou een veelheid van debatten zijn gevoerd over bijvoorbeeld de nota “Amsterdam naar 2005”. Het lijkt me echter, dat deze nota bij de gemeenteraadsverkiezingen nauwelijks een rol heeft gespeeld.

politici in het centrum van de macht willen ons doen geloven, dat hun oplossingen de enig haalbare en best denkbare zijn. Ze willen ons ook doen geloven dat “we” (de gemeente, de regering, de Europeanen) in het grote wereldgebeuren niet anders kunnen. De regering verwijst naar internationale verdragen, bijvoorbeeld het verdrag van Maastricht, dat voorschrijft hoe groot het overheidstekort mag zijn, of men verwijst naar de goedkope lonenlanden in Azië, waarmee we moeten concurreren.

Vaak hebben beslissingen van de overheid en de keuzen die daarbij gemaakt worden echter in het geheel niets of slechts zijdelings met bovenstaande argumenten te maken.

De theoretische hoofdstroom van het huidige overheidsbeleid beleid kan worden omschreven als een poging tot reanimering van de groeidynamiek op basis van “meer markt, minder staat”. Het economiedebat, georganiseerd door minister Andriessen was een schoolvoorbeeld waarin deze theorie werd uitgedragen. Er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke economische groei, waarbij het marktmechanisme grotendeels bepaalt, waar wat wordt geproduceerd. Verlaging van loonkosten, deregulering, het terugtrekken van de overheid uit productiesectoren en een aanpassing van de overheidsinvesteringen aan wat de markt vraagt moeten de concurrentiepositie van het bedrijfsleven versterken. Dit moet leiden tot liefst volledige werkgelegenheid, een schoon milieu en welvaart voor alle inwoners van Nederland.

om nonpolitiek weer tot een politiek te maken moet de democratie worden verbeterd, waarin wordt gegarandeerd dat de

burgers meer invloed krijgen en wel over alternatieven wordt gepraat die de “gewone”? mensen naar voren brengen.

Een referendum bijvoorbeeld zou de politici dwingen, werkelijke alternatieven aan de burgers voor te leggen. Hoe is dat verlopen met het referendum over de autovrije binnenstad? Daarvoor moeten burgers ook initiatieven kunnen nemen.

De argumenten van de politici er is maar een oplossing we kunnen in het grote wereldgebeuren niet anders, wat kunnen we nou als klein kikkerlandje? Dit leidt tot de versterking van het gevoel van machteloosheid door de politici in het centrum van de macht is zeer effectief. Onderzoekingen tonen aan, dat de meeste mensen niet minder in politiek geïnteresseerd zijn dan vroeger, veel mensen zien wel de tekortkomingen van het overheidsbeleid, graag over alternatieven willen diskussieren, maar dat ze tevens het gevoel hebben, dat hun invloed gering is. Dit moet je met cijfers aantonen. Mensen hebben het gevoel van: er valt toch niets aan te veranderen, ik heb toch geen keus, ik heb toch geen invloed, laat ik maar een beetje zus of zo stemmen, dan doe ik tenminste nog wat.

In de praktijk leiden pogingen, de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven te verbeteren via overheidsbezuinigingen, vermindering van de collectieve lastendruk en flexibeler arbeidsverhoudingen tot een grotere armoede van grote groepen in de maatschappij. Het stimuleren van economische groei, ongeacht in welke sectoren en in welke hoeveelheden, versterkt de ecologische crisis in plaats van dat zij haar oplost. Steeds weer klinkt de slogan: meer markt minder overheid. Meer markt betekent flexibeler, sneller reageren op ontwikkelingen, etc. In werkelijkheid blijkt het nastreven van meer markt minder overheid evenzeer soms nieuwe bureaucratieën in het leven te roepen. In de eerste plaats moeten de negatieve gevolgen van het streven naar meer markt worden bijgestuurd: er wordt een steeds uitgebreidere milieuwetgeving ingevoerd, die alles moet bijsturen. In de tweede plaats is er in werkelijkheid helemaal geen sprake van vrije concurrentie tussen vele aanbieders. Enkele grote ondernemingen hebben een groot deel van de markt in handen. Het Koos Clintondebat maakte duidelijk, dat de ondernemers de hand in eigen boezem staken: zij opereerden niet flexibel genoeg. Blijkbaar ontwikkelen zich in deze grote ondernemingen evenzeer grote starre bureaucratieën.

het overheidsbeleid helemaal niet zo goed in elkaar zit, maar vol zit met tegenstrijdigheden en bureaucratische absurditeiten, en dat ondernemers de maatschappelijke kosten van een steeds efficiëntere productie afwentelen op de gemeenschap, zoals milieuvervuiling en werkloosheid, zodat het marktmechanisme blijkbaar niet in alle gevallen evengoed functioneert.

Velen beginnen een zoektocht naar alternatieven voor het huidige overheidsbeleid, zonder te willen terugkeren naar de klassieke antwoorden van het plansocialisme dat blijkbaar leidt tot nog ondoordringbaarder bureaucratieën dan we nu al hebben.

vanuit verschillende invalshoeken alternatieven te produceren voor de huidige nonpolitiek en

Bij die zoektocht blijkt, dat op konkrete punten wel degelijk alternatieven voor het huidige overheidsbeleid voorhanden zijn; een ander stelsel van sociale zekerheid en een ander belastingstelsel is best denkbaar, bijvoorbeeld een ecotaks.

Er ontstaat een soort gevoel van: het grote wereldgebeuren, daar hebben we toch geen invloed op, de multinationals schrijven ons voor, het zo en zo te doen, wat kunnen we nu als een klein land als Nederland? laat staan als gemeente Amsterdam?

de roep van gemeentepolitici, dat ze wel moeten omdat in Den Haag…

?Dat die alternatieven er wel degelijk zijn, bewijst de investeringspolitiek van de gemeente Amsterdam, moeten we investeren in de bestaande stad, of niet, etc. Maar er wordt gedaan, alsof die keuzevrijheid er niet is, en of we mee moeten.

Ook voorbeeld Mirjam de Rijk de groeen.???

De roep van politici, dat we mee moeten in de wereldwijde concurrentie, en dus zijn onze oplossingen de beste.

hoofdstroom

Grote, op de export gerichte ondernemingen hebben een grote invloed en zijn de beste pleitbezorgers van deze theorie. Een schoolvoorbeeld daarvan is het economiedebat, georganiseerd door Andriessen van economische zaken, zelf ex top ondernemer. Vele ondernemers zaten vooraan, maar de vakbeweging stond in de persoon van Stekelenburg buitenspel. De conclusie van het debat worden niet alleen in de vorm van een actieprogramma naar de kabinetsformateur gestuurd, maar ook bediscussieerd door Nederlandse politieke vertegenwoordigers in de Europese Unie, niet bepaald een democratisch verkozen orgaan. Ik zie dat met voorstellen van de vakbeweging nog niet zo gauw gebeuren.

Het economiedebat werd in feite gekenmerkt door een vernauwing van het debat tot een loonkosten discussie. De lonen zouden over de gehele linie omlaag moeten, om de groeidynamiek van het Europese kapitalisme te herstellen via ook deregulering etc. Even afgezien van de vraag, of verlaging van de lonen wel tot meer werkgelegenheid zal leiden en welke gevolgen dit heeft voor de armoede in Europa, deze vernauwing van de discussie laat buiten beschouwing, dat groeien zonder meer, ongeacht in welke sectoren, niet meer kan vanuit milieuoogpunt. Ook al willen we geen centraal geleide planeconomie, de ecologische crisis, de kloof tussen Noord en Zuid en de migratiestromen dwingen ons, opnieuw na te denken en te diskussieren over de doelstellingen van de productie; wat willen we maken, hoeveel, en waar, en wie beslist daarover op welke wijze?

Uitkeringsgerechtigden, vakbonden, milieugroepen, migratie, die deze discussie opnieuw proberen aan te zwengelen krijgen nul op het rekest in deze no nonsense tijd; het klassieke model van de sociaaldemocratische verzorgingsstaat met zijn smalle marges is ten grave gedragen. Argument van Ed en Bart over de smalle marges van de sociaaldemocratie.

voorwaarden

Bij steeds meer mensen lijkt onvrede te gaan ontstaan over de heersende nonpolitiek waarbij geen fundamentele discussie gevoerd wordt over de weg die we kunnen gaan. Er moet aan twee voorwaarden worden voldaan: in de eerste plaats moet er overeenstemming ontstaan over de ernst van de problemen. Ha Ha.

de derde kamer

het vraagstuk van de democratie voorop. Hier moet je de hoofdconclusies van de verschillende werkgroepen in enkele zinnen noemen in de vorm van vragen.

Dus: het vraagstuk van de verzorgingsstaat: is de doelstelling van volledige werkgelegenheid en de eenzijdige gerichtheid daarop nog wel haalbaar? Moeten we niet anders gaan denken over de invulling van het begrip arbeid?

Het vraagstuk van het milieu: leidt de ecologische crisis niet tot bepaalde conclusies?

het vraagstuk van de migratie:

Den Uyl is hier in 1986 nog optimistisch over. Hij ziet positieve kanten aan de versterking van de macht van de VN waarbij er sprake is van coördinatie en planning en ordening van de wereldproductie, Als voorwaarde en eerst positieve ontwikkeling, daarna noemt hij bezwaren, maar hij zegt er wel bij: “voorwaarde daarbij is, dat in de internationale samenwerking geleidelijk de werkelijkheid van gemeenschappelijke ervaring bedreiging en doelstelling wordt aanvaard”.

Dan volgt zijn toekomstvisioen dat erupties in de wereld tot een betere VN zullen leiden.

Nu, anno 1994 zijn de voorspellingen van Den Uyl nog steeds niet uitgekomen.

Politiek is tot nonpolitiek geworden. Er wordt niet echt meer gediscussieerd over alternatieven. Politici willen ons doen geloven, dat er slechts een oplossing is, namelijk de oplossing die zij voorstellen.

Dus:

politiek is nonpolitiek geworden. Politici willen ons doen geloven, dat de oplossingen die zij voorstaan de enig goede zijn, en

Joop den Uyl constateerde halverwege de jaren tachtig, dat er een enorme druk is ontstaan op het expansieve karakter van het kapitalistisch productiesysteem. De massawerkloosheid, het wegvallen van hoge groeicijfers en de ecologische crisis alles te maken heeft met tegenstrijdigheden in ons economisch systeem.

De eerste is die van soberheid en spaarzin eenrzijds en het consumentisme en hedonisme. De andere is die tussen expansie, nieuwe producten op de markt brengen en nieuwe markten veroveren eenrzijds en de beperkte mogelijkheden daartoe, de grenzen waarop het stuit anderzijds.

Den Uyl vermeldt een tweetal constanten, waaruit deze grenzen blijken,

De eerste betreft de geringe investeringsmogelijkheden in landen van de Derde Wereld, gevolg van het dekolonisatieproces; sommige landen hebben geen mogelijkheden (Afrika) anderen geven de voorkeur aan zelfontwikkeling (China) en de nieuwe industrielanden zijn een factor van betekenis geworden. De export van infrastructuur.

De tweede constante is de beperking van de consumentenmarkt; grote consumptieschokken als de telefoon, de auto, de luister en kijkapparatuur zijn niet zichtbaar.

De botsing tussen de innerlijke dynamiek van een van expansie afhankelijk productiestelsel en de beperking van de afzetmogelijkheden is duidelijk waarneembaar.

Wordt de expansie verder nog uitgelegd.

Dit maakt de vraag opnieuw actueel, hoe deze tegenstellingen in het bestaande productiestelsel kunnen worden overwonnen en of dat sowieso wel kan.

Maar Groen Links dan, om maar een oppositiepartij te noemen, die stelt toch een alternatief aan de orde? Waarom stemmen de mensen daar niet op? Hiervoor zijn verschillende redeenn.

In de tweede plaats reproduceert links, of belangengroepen hun eigen machteloosheid.

Een sterk voorbeeld daarvan is, dat de vrije media de schuld krijgen van het bestaan van een nonpolitiek. Zij zouden alleen aandacht besteden aan wat Kok en Lubbers zeggen. De media in het algemeen, en de journalisten van het Parool in het bijzonder, maken onderdeel uit van de goed geoliede propagandamachine van het internationaal georganiseerde financierkapitaal. In deze extreme vorm komt dat standpunt nog maar weinig voor, maar iets genuanceerder geformuleerd wel.

Ik ben van mening, dat vertegenwoordigers van belangengroepen hiermee hun eigen machteloosheid reproduceren.

Nader uitleggen.

alternatieve democratie

Werkelijke alternatieven, geformuleerd vanuit Milieubeweging, uitkeringsgerechtigden, etc. dringen niet door in de politiek.

wel in de pers? Voorbeelden noemen.

Dit blijkt bijvoorbeeld uit de loonkosten discussie; duidelijk is wel, dat de bomen niet tot in de hemel groeien, dat we onze welvaart onmogelijk kunnen uitbreiden over de rest van de wereld, maar ook, dat er in het systeem zelf beperkingen zitten in de vorm van overproductie.

De tweede oorzaak is gelegen in de bureaucratisering van de samenleving; uitleggen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *