Picket Bij ‘Sociaal Congres’

UIT: NN #98 van 28 november 1991  
Van 13 tot en met 16 november werd het christelijk sociaal congres gehouden in Doorn en in Utrecht. Vakbonden,  erkgeversorganisaties, kerkelijke groeperingen, onderwijs- en welzijnsinstellingen en politieke partijen, diskussieerden daar met elkaar over wat in onze tijd de kern van de “sociale kwestie” is. Als voorbereiding op het congres werd een brochure uitgebracht onder de titel “bedreigde verantwoordelijkheid”. In dit document wordt de funktie van het christelijk sociaal denken toegespitst op het begrip verantwoordelijkheid. Mensen moeten meer verantwoordelijk worden gesteld voor hun keuzen en hun handelen. Deze verantwoordelijkheid wordt verbonden met gerechtigheid: recht doen aan mensen betekent hen konfronteren met de gevolgen van hun handelen en hen wijzen op hun plichten. Die plichten moeten door de overheid worden gereguleerd.Op 16 november organiseerden organisaties van uitkeringsgerechtigden een picketline. 
Kritiek 
De organisaties die de picket-line bij de Utrechtse Jacobikerk organiseerden hadden nogal wat kritiek op het basisdocument. Zij brachten naar voren, dat hoewel in het basisdocument aandacht bestaat voor de strukturele tekortkomingen van onze sociaal-ekonomische orde, weinig aandacht wordt besteed aan de voorwaarden en instrumenten die nodig zijn om de verantwoordelijkheid waartoe men opgeroepen wordt, te kunnen beleven. Waar zijn de ekonomische en sociale rechten? 
De afgelopen vijftien jaar werd het sociale zekerheidsstelsel langzaam maar zeker onder leiding van het CDA afgebroken, waarbij de overheid geen antwoord vond op het probleem, dat de beroepsbevolking toenam terwijl de werkgelegenheid uitgedrukt in arbeidsjaren sinds 1966 niet meer gestegen is. Van een aktief werkgelegenheidsbeleid is in Nederland geen sprake.  
Het gevaar bestaat, dat de enigszins wollige formuleringen in het basisdocument ‘bedreigde verantwoordelijkheid’ zullen worden gebruikt als alibi om de rechten van vele burgers verder af te breken en een mini-stelsel in te voeren in de sociale zekerheid. Mensen zijn dan zelf verantwoordelijk voor verdere verzekeringen tegen werkloosheid en ziekte, waarbij de organisatie van deze verzekeringen wordt overgelaten aan het partikulier initiatief. 
Deze interpretatie van verantwoordelijkheid zal leiden tot een verdere verarming en tot sociaal onrechtvaardige ongelijkheden. Wie op zich gezond is, maar na medisch onderzoek meer kans blijkt te hebben op een erfelijke ziekte, moet meer premie betalen. Mensen die werken in grote bedrijven met veel werknemers kunnen goedkope collectieve verzekeringen afsluiten en mensen in kleine bedrijven niet. 
Mensen in beroepen met een hoog gezondheidsrisico moeten meer premie betalen dan anderen. Er is in het basisdocument onvoldoende aandacht voor het feit, dat verantwoordelijkheid ook solidariteit betekent. De verschillende organisaties van uitkeringsgerechtigden organiseerden daarom de picket-line om daarop te wijzen. Aanwezig waren vertegenwoordigers van de Bundeling Uitkeringsgerechtigden, de Bijstandsbond, de WBVA, de Werklozenbond Utrecht, DISK-Amsterdam en het Komitee vrouwen en de bijstand Amsterdam. 
Buiten de paaltjes  
De demonstratie verliep in eerste instantie vreedzaam. Er werden bij de ingang van de Jacobikerk spandoeken ontrolt en pamfletten uitgedeeld. Er was heel wat politie aanwezig, maar die liet ons eerst met rust. We hadden gehoord, dat behalve Ruud Lubbers ook Koningin Beatrix zou komen. Het leek ons een goede gelegenheid om de rijkste uitkeringsgerechtigde van Nederland eens op onze standpunten te wijzen. Dat zou wel kunnen, dachten wij. We stonden daar immers op vreedzame wijze gebruik te maken van ons recht op meningsuiting. De congresgangers werden op geen enkele wijze door ons gehinderd.  
Maar een kwartiertje voor de komst van Beatrix kwamen politieagenten op ons af, die zeiden dat we wel mochten demonstreren, maar dan honderd meter verder, buiten de paaltjes die daar stonden. We mochten niet bij de ingang blijven staan, hoewel we niemand lastig vielen. Daarop ontstonden enige schermutselingen tussen de demonstranten en de politie. Enkele lieten zich wegslepen onder het roepen van de leus, dat er met de politieke en ekonomische demokratie nog heel wat mis is. Ons recht om een mening te uiten werd op ongemotiveerde wijze ingeperkt.  
Na het nodige geduw en getrek bevonden de demonstranten zich achter de paaltjes. Een van de demonstranten was echter aan de aandacht van de politie ontsnapt. Hij stond bij de ingang van de Jacobikerk nog rustig pamfletten uit te delen. Toen de agenten dat ontdekten, vlogen ze op hem af en sleepten hem bij de ingang vandaan. Bij de aankomst van Beatrix hebben we veel lawaai gemaakt. Na enige tijd zijn we naar de markt voor Hoog Catherijne gegaan en hebben daar pamfletten uitgedeeld. 
Evaluatie 
enslotte trokken de demonstranten in optocht naar het kantoor van de Werklozenbond Utrecht, waar nog wat werd nagepraat. Hierbij kwam o.a. het volgende aan de orde. We moeten meer van dit soort picket-lines organiseren, om onze standpunten onder de aandacht van het publiek en de beleidsmakers te brengen. Naar aanleiding van een konkrete gebeurtenis, bijvoorbeeld een congres waar hotemetoten zonder ons en over ons spreken, met spandoeken en pamfletten duidelijk maken dat het huidige beleid leidt tot steeds meer armoede en dat het zo niet langer kan. 
Bij het organiseren van de picket-lines moeten we ervan uitgaan, dat de reeds aanwezige plaatselijke organisaties dit in de eerste plaats opzetten. Dus de WBVA en de Bijstandsbond in Amsterdam, de Werklozenbond in Utrecht, etc. Wel moeten we elkaar op de hoogte houden, zodat ook mensen uit andere plaatsen naar een bijeenkomst toe kunnen gaan en zo tijdelijk mee kunnen helpen om in plaatsen waar maar enkele mensen aktief zijn een sterkere organisatie op te bouwen. Het is niet de bedoeling, elkaars concurrenten te worden maar om elkaar te helpen, de lokale organisatie verder uit te bouwen.  
Voor de WBVA betekent dit, dat we picket-lines in Amsterdam organiseren en dan andere organisaties in den lande oproepen mee te doen. Dergelijke akties zijn met betrekkelijk weinig mensen, energie, tijd en geld te organiseren. Zo kunnen we werken aan het versterken van de plaatselijke organisaties en daarna ook weer andere dingen gaan doen. 
Verder is het belangrijk, na afloop van een aktie een soort evaluerende bijeenkomst te houden, waar de dingen nog eens worden doorgesproken, waar we kontakten kunnen leggen en waar met de plaatselijke organisatie kan worden nagedacht over hoe die organisatie kan worden versterkt. We moeten niet meteen al proberen, een landelijke vergadering te beleggen, waar geprobeerd wordt een allesomvattend alternatief op tafel te leggen. We reageren op konkrete gebeurtenissen, waarbij we enkele eisen naar voren brengen.  
Er kunnen bij verschillende akties wel steeds bepaalde eisen terugkeren, maar we gaan niet vanuit een soort centrum aan andere plaatselijke organisaties opleggen wat ze wel en niet moeten eisen. Wel kunnen we tijdens de bijeenkomsten na afloop pamfletten, analyses en eisen uit vroegere akties en de reakties daarop naar voren brengen, zodat er langzamerhand toch iets gemeenschappelijks gaat ontstaan en we toegroeien naar een wat grotere, buitenparlementaire beweging, die in veel plaatsen aktief is, ook al zijn het kleine groepjes, en die door de kwaliteit van hun argumenten en het de straat opgaan en mensen aanspreken regelmatig in de publiciteit komen.  
Machtsvorming- een vuist maken is noodzakelijk, maar we moeten ons niet blindstaren op onze beperkingen en de macht van de overheid of grote belangenorganisaties. We kunnen uitgaan van wat er aan kleine organisaties in den lande al is -en dat zijn er veel- en met akties van die kleine groepen op de voorgrond proberen te treden. 
Landelijke organisaties  
De aanwezigen deelden de mening, dat de landelijke organisaties van uitkeringsgerechtigden hebben gefaald in het formuleren van een landelijke strategie voor alle uitkeringsgerechtigden, dat ze in feite weinig akties organiseren om in de publiciteit te komen en dat ze niet in staat zijn gebleken, de onderlinge verdeeld heden en deelbelangen te overstijgen.  
Over de erkende vakbeweging hoeven we helemaal niet te praten, die hebben na 5 oktober de uitkeringsgerechtigden laten vallen als een baksteen. We zullen er echter ook aan moeten werken de 300.000 uitkeringsgerechtigden te bereiken, die zich in de reguliere vakbonden hebben georganiseerd, en die er iedere maand toch plus minus fl.15,- voor over hebben. 
Eindkonklusie: we moeten in eerste instantie werken aan losse samenwerkingsvormen, waarbij we onze doelen niet te hoog stellen. Dit hoeft niet te betekenen, dat we verder weg liggende doelen uit het oog verliezen en daar niet meer naartoe proberen te werken. 


Werklozen Belangen Vereniging